Zimrilim

Zimrilim ('(de god) Lim is mijn bescherming'), koning van de oudbabylonische stad Mari aan de Eufraat, waar hij tussen ca. 1776 en 1761 vC vijftien jaar regeerde. Dank zij de ontdekking van zijn paleis, met daarin omvangrijke archieven (ca. 20.000 teksten) is hij een der bekendste vorsten uit de oudheid.

We worden door brieven, economische en administratieve documenten geïnformeerd over zijn persoon, zijn politiek, zijn bestuur, zijn militaire operaties, zijn harem en de religieuze aspecten van zijn functie. Een omvangrijk archief licht ons, haast dagelijks, in over de uitgaven voor de 'tafel des konings', en zo over zijn aan- en afwezigheid, zijn vorstelijke en diplomatieke bezoekers (die geschenken ontvangen) en bijzondere gebeurtenissen. Uit de officiële correspondentie en de oorkonden krijgen we een uniek inzicht in de politiek (militaire operaties, diplomatie, allianties), het bestuur (van de stad en de districten van het rijk, welks gouverneurs de koning nauwkeurig informeerden en in veel zaken om zijn directieven en beslissingen vroegen), de economie (landbouw, irrigatie, handel, industrie, dienstplicht) en tal van andere zaken. Een aantal brieven bevat aan de koning doorgegeven profetische boodschappen; veel documenten hebben betrekking op het vaak roerige nomadische bevolkingselement (Chaneeërs en Benjaminieten); brieven van vrouwen (de koningin en de vele via diplomatieke huwelijken aan vazallen in de echt gegeven prinsessen) bevatten politieke en persoonlijke informatie; gezanten en spionnen berichten over politieke en militaire ontwikkelingen in de deels bevriende deels vijandige buurstaten: Babylon onder Hammurapi, Assur, Esjnunna, Elam, Aleppo, Qatna en zelfs Hazor in Palestina.

Z. was, naar thans duidelijk is, niet de zoon (hoewel hij zich in zijn zegel zo noemt) maar wellicht de neef van zijn indlrecte voorganger Jachdunlim. Hij huwde Sjibtu, dochter van de koning van Aleppo, van wie wij een aantal brieven bezitten. Hij veroverde de troon van Mari toen de macht van de Assyriër Sjamsji-Adad en diens zoon, die de stad ca. 20 jaar overheerst hadden, was gebroken. Binnen vijf jaar had hij zijn invloed over belangrijke delen van Noord-Mesopotamië (tussen Eufraat en Chabur) uitgebreid en talrijke vazallen gemaakt. Z. manoevreerde behoedzaam in de periode van politiek machtsevenwicht en rivaliteit vóór de suprematie van Hammurapi, en had belangrijke contacten met Syrië (Aleppo, Qatna). Bij het toespitsen der vijandigheden koos hij tegenover Esjnunna en Assur de zijde van Hammurapi van Babylon, aan wie hij o.a. hulptroepen zond voor diens strijd tegen Larsa. Uiteindelijk en vrij plotseling, viel Hammurapi ook zijn voormalige bondgenoot aan, waarbij Mari in ca. 1761 vC veroverd en verwoest werd, waarna Z. van het toneel verdween.

In Mari kennen we zijn indrukwekkende, in de oudheid reeds beroemde paleis, met o.a. zijn troonzaal en op de wand voor de ingang daartoe (in hof 106) een muurschildering die waarschijnlijk zijn intronisatie voorstelt, waarbij Isjtar hem de tekenen van zijn waardigheid aanreikt. Zijn carrière en daden worden bezongen in een nog ongepubliceerd 'Zimrilim-epos' (ca. 180 regels). Ook zijn talrijke jaarnamen (met veel, soms locale varianten) informeren ons over zijn daden. Officiële inscripties van hem zijn amper bekend, maar uit de vele brieven treedt hij naar voren als een energiek vorst die zich persoonlijk op bestuurlijk, politiek en militair terrein inzette en aan wiens controle weinig ontging.


Lit. Archives Royales de Mari 1-23 (Paris 1950-1983). MARI, Annales de recherches interdisciplinaires lvv (1982vv). A. Parrot, Mari, Capitale fabuleuse (Paris 1974). B. F. Batto, Studies on Women at Mari (Baltimore 1974). O. Rouault, Quelques remarques sur le système administratif de Mari à l'époque de Z. (in P. Garelli ed., Le Palais et la royauté, Paris 1974, 263-272 . M. Birot, Données nouvelles sur la chronologie du règne de Z. (Syria 55, 1978, 333-343). R. R. Glaeseman, The Practice of the King's Meal at Mari (Diss. UCLA 1978). M. D. Pack, The Administrative Structure of the Palace at Mari (Diss. Univ. of Pennsylvania 1981). J. Margueron, Recherches sur les palais mésopotamiens de l' Age du Bronze 1 (Paris 1982) 209-380. D. Charpin/J.-M. Durand, La prise du pouvoir par Zimri-Lim (MARI 4, 1 85). B. Lafont, Le roi de Mari et les prophètes du dieu Adad (RA 78, 1984, 7-18). [Veenhof]


Lijst van Namen