Onager
De onager (steenezel, wilde ezel). Deze
eenspakige katapult wordt al in 200 v. Chr. vermeld door Filoon en
nogmaals door
Apollodoros circa
100 n. Chr., maar kwam pas algemeen in gebruik in de 4e eeuw, toen
hij werd beschreven door
Vegetius en
Ammianus. Het werkingsprincipe is
eigenlijk dat van een eenvoudige muizeval. De inzet-tekening toont het
apparaat op volledige
spanning en op het moment van afvuren. De
afbeelding laat een 160-ponder zien (Romeins: 180). Grote machines
als deze werden
door acht man opgewonden. Het trekkermechanisme
kan hierbij duidelijk worden waargenomen en de grendelbout werd
gewoonlijk met
een hamer losgeslagen om een vlotte lossing te verzekeren.
De machine moest worden opgesteld op een stevige aarden of stenen
ondergrond. Hij kon niet vanaf muren worden gebruikt, omdat de zware
terugslag daarvoor een te hevige trilling veroorzaakte.
In vergelijking
met de twee-armige katapulten vertoont dit werktuig een grote eenvoud aan
constructie, die onderlinge afstemming
ook overbodig maakt, maar van
de andere kant bemoeilijkt hij door zijn zwaarte de manoeuvreerbaarheid.

Reconstructie in Saalburg