Simmias of Simias (Σιμμίας, Σιμίας), griekse eigennaam. Vermelding verdienen:
(1) Simmias van Thebe
(eind 5e eeuw vC). Hij behoorde,
evenals Cebes en Crito,
tot de vrienden en
leerlingen van Socrates die op de dag van zijn
dood bij hem waren en bereid waren geld bijeen te
brengen om hun leermeester uit de gevangenis te
laten ontsnappen. Voordat hij Socrates leerde kennen
had S. in Thebe het onderricht van de pythagoreeër
Philolaüs van Croton gevolgd; in Plato's
Phaedo, waarin hij naast Socrates en Cebes een
hoofdrol speelt, oppert hij pythagoreïsche denkbeelden.
Samen met Cebes komt hij ook voor in
Plutarchus'
geschrift Περὶ τοῦ Σωκράτους δαιμονίου.
Diogenes Laërtius
(2,124) vermeldt de titels van
23 dialögen die S. geschreven zou hebben, maar
omtrent de juistheid van deze mededeling bestaat
gegronde twijfel.
Lit. H. Hobein (PRE 3A, 144-155). - W. K. Guthrie, A History
of Greek Philosophy 4 (Cambridge 1975) 325-365.
(2) Simmias van Rhodus
(ca. 300 vC), griekse grammaticus
en dichter, auteur van drie boeken Γλῶσσαι
(Glossen) en vier boeken
Ποιήματα διάφορα
(Diverse gedichten). Van het eerste werk kennen
we slechts enkele citaten, uit het tweede zijn een
zevental epigrammen en drie τεχνοπαίγνια (figuurgedichten;
Paignion), resp. in de vorm van en
met de titel Πτέρυγες (Vleugels),
Πελεκυς (Bijl) en
Ὠιόν (Ei), overgeleverd in de
Anthologia Palatina,
terwijl van zijn lyrische poëzie en van zijn epische
gedichten Ἀπόλλων, Γοργώ en
Μῆνες (Maanden;
misschien een aetiologische kalender in de trant van
Callimachus'
Αἴτια) een paar fragmenten bewaard
zijn gebleven. De taal van S. is dorisch gekleurd
en vertoont een voorliefde voor gezochte woorden
en uitdrukkingen. Hij experimenteerde graag met
buitenissige metra, waarvan enkele de naam μέτραΣιμμιακά hebben gekregen.
Lit. Uitg. H. Fränkel, De Simia Rhodio (Diss. Göttingen,
Göttingen/Leipzig 1915; met bespreking). J. U. Powell, Collectanea
Alexandrina (Oxford 1925) 109-120. E. Diehl, Anthologia
Lyrica Graeca 62 (Leipzig 1942) 140-157. A. S. Gow,
Bucolici Gracci (Oxford 1952) 172-179. Epigrammen met
commentaar: A. S. Gow/D. L. Page, The Greek Anthology.
Heflenistic epigrams (Cambridge 1965) 1, 177-179; 2, 511-516.
- P. Maas (PRE 3A, 155-158).
[Nuchelmans]