Volgens een oude traditie zou A. V (4vC-7nC
en weer 13-50), koning van
Osrhoëne (hoofdstad
Edessa), Jezus tijdens diens aardse leven een
brief geschreven hebben, waarin hij om genezing van
zijn ziekte verzocht Jezus zou in zijn antwoordschrijven
beloofd hebben, na zijn hemelvaart een leerling
te zenden om A. te genezen en zijn volk het evangelie
te verkondigen. De oudste vorm van de zeer populaire
legende vindt men bij Eusebius (Historia ecclesiastica
1, 13), een uitgebreide versie in de 'Leer
van Addai' (een apocrief syrisch geschrift van ca.
400). Volgens Eusebius werd Thaddeus, één van
de 70, gezonden, die de koning genas en tal van
bekeringen maakte. Volgens
Peregrinatio Egeriae
17 en 19 werd de brief van Jezus op perkament
te Edessa bewaard. Volgens latere versies heeft
Jezus ook zijn afbeelding gestuurd, op wonderbare
wijze op linnen afgedrukt. De legende is waarschijnlijk
niet lang na de bekering van Abgar IX (179-214)
ontstaan en genoot vooral in het Oosten groot gezag.
In Syrië en Egypte gold de brief als apotropeïsch beschermmiddel.
Reeds het Decretum Gelasianum noemde de brief aan A. apocrief.
Lit. H. Leclercq (DAL 1, 87-97). - L.-I. Tixeront, Les origines
de l'Eglise d'Edesse et la légende d'Abgar (Paris 1888). R.
Duval, Histoire politique, religieuse et littéraire d'Edesse (Paris
1892). E. v. Dobschütz, Der Briefwechsel zwischen Abgar
und Jesus (Z.f.wiss.Theol. 43, 1900, 422-486). Bardenhewer 1,
590-596. Quasten 1, 140-143. [Bartelink]