Aëtius van Antiochië (ca. 300-366), een aanhanger
van het arianisme,
dat hij in geschriften verdedigde
en waarvan hij de beginselen tot het uiterste doorvoerde.
Zijn leer wordt wel aëtianisme (anhomoeïsme)
genoemd. Hij verkondigde de absolute ongelijkheid
van Vader en Zoon. A. was een bekwaam dialecticus,
geschoold in de filosofie van
Aristoteles.
Zijn geschriften hadden grotendeels de briefvorm
(Socrates, Historia ecclesiastica 2,35). Een kort geschrift
van hem is bewaard gebleven (Epiphanius,
Adversus Haereses 76, 11). Volgens Epiphanius zou
A. 300 korte thesen (kephalaia) opgesteld hebben
van het genre dat hij citeert. Een bekend leerling
van A. is Eunomius.
Lit. MPG 42, 534-546. Bardenhewer 3, 239. V. Grumel, Les
textes monothélites de Aétius (EO 32, 1929, 159-166). De
Ghellinck, Quelques appréciations de la dialectique et d'Aristote
dans les conflits trinitaires du IVe siècle (RHE 26, 1930,
5-42 over het aristotelisme van A.).
[Bartelink]