Eunomius (Εὐνόμιος) van Cyzicus, leerling van Aëtius, werd in 360 bisschop van Cyzicus, maar volgens Socrates (Historia ecclesiastica 4,7) vanwege zijn arrogante dialectische wijze van spreken door de bevolking verdreven. Na de dood van Aëtius werd hij de voornaamste vertegenwoordiger van het neo-arianisme of anomoeanisme. Hij vestigde zich op een landgoed bij Chalcedon, maar werd kort na 383 door keizer Theodosius verbannen. E. stierf in 394.
Hij was een vruchtbaar schrijver. Van de talrijke geschriften tegen zijn leerstellingen (o.a. van Didymus de Blinde) zijn er twee bewaard, die van Basilius de Grote en van Gregorius van Nyssa. Wij bezitten nog E.' eerste Apologie (Ἀπολογία), gepubliceerd in 361, terwijl de 17 jaar later geschreven tweede Apologie (Ἀπολογία ὑπὲρ ἀπολογίας) op een enkel fragment na verloren gegaan is. Verder hebben wij van E. een Uiteenzetting van het geloof (Ἔκθεσις πίστεως), die hij in 383 naar keizer Theodosius zond. Verloren gegaan zijn o.a. een commentaar op Rom en een verzameling brieven.
E. is sterk neoplatonisch en aristotelisch beïnvloed.
'Ongeboren' ziet hij als de enige ware aanduiding
van God. De Zoon is verwekt en daarom van een
andere natuur dan de Vader (ἀνόμοιος). Wel is
Christus volgens E. vanaf het begin als Zoon van
God aangenomen.
Lit. Uitgaven: MPG 30, 835-868. J. Mansi, SS. Conc. Coll. 3,
645-649. - M. Spanneut (DHG 15, 1399-1405). - J. Daniélou,
Eunome l'Arien et l'exégèse néo-platonicienne du Cratyle
(REG 69, 1956, 412-432). P. Worrall, St. Thomas and Arianism
(Rech. de théol. ancienne et médiévale 23, 1956, 208-259).
A. Benito Durán, EI nominalismo ariano y la filosofia
cristiana; Eunomio y san Basilio (Augustinus 5, 1960, 207-226).
[Bartelink]