Anastasius II

Anastasius II, 24 november 496- 19 november 498.

Overeenkomstig het patroon dat men steeds weer terug ziet keren in de geschiedenis van de pauskeuze, werd Anastasius II tot paus gekozen uit onvrede met de politiek van de twee voorgaande pausen, Felix III (483 - 492) en Gelasius I (492 - 496). Beiden waren onverzoenlijk geweest in hun benadering van het acaciaans schisma (484-519), de voorloper van het grote schisma tussen oost en west dat in de elfde eeuw zou optreden. Felix III had Acacius, de patriarch van Constantinopel geëxcommuniceerd vanwege zijn steun aan de monofysitische bisschop van Alexandrië (in tegenstelling tot het in 451 gehouden concilie van Chalcedon leerden de monofysieten dat er in Christus alleen maar een goddelijke natuur was) en in reactie daarop verwijderde Acacius de naam van de paus uit het eucharistisch gebed.

Anastasius II was de zoon van een priester. Onmiddellijk na zijn verkiezing zond hij twee gezanten naar Constantinopel met een verzoeningsgezinde brief voor de keizer, waarin hij melding maakte van zijn pausverkiezing en de wens uitsprak om te komen tot een herstel van de kerkelijke eenheid. De paus verklaarde zich zelfs bereid om de geldigheid van de doopsels en de wijdingen die door Acacius waren toegediend te erkennen, maar hij stond erop dat de naam van Acacius werd verwijderd uit het eucharistisch gebed. De keizer, die ook Anastasius heette, stelde een compromis voor: hij zou de Ostrogoot Theoderik erkennen als koning van Italië als de paus het Henoticon zou aanvaarden, een doctrinair gezien dubbelzinnige formulering over eenheid tussen orthodoxe katholieken en monofysieten, dat in 482 op instigatie van keizer Zeno was opgesteld. Festus (of Faustus), de oudste Romeinse senator, die op hetzelfde moment als de pauselijke gezanten in Constantinopel was, haalde de paus over dat voorstel te aanvaarden. Zonder zijn eigen priesters te raadplegen ontving Anastasius II daarop Photinus en herstelde de communio met hem. Hij was de diaken van bisschop Andreas van Thessaloniki die door paus Gelasius I was uitgemaakt voor een partijganger van Acacius. Een deel van de Romeinse geestelijkheid voelde zich daardoor verraden en zegde op zijn beurt de communio op met zijn eigen bisschop, de paus. Op het toppunt van de crisis stierf de paus plotseling - een goddelijke vergelding, zoals zijn critici beweerden - en met zijn dood stierf wellicht ook de laatste hoop op herstel van de eenheid tussen oost en west.

De naam van Anastasius II komt niet voor in een van de oude martelaarslijsten en er is geen aanwijzing voor enige vorm van verering of devotie na zijn dood. De middeleeuwse traditie die hem beschouwt als een verrader van de Heilige Stoel, vanwege zijn pogingen om verzoening te bereiken tussen oost en west, is absoluut onjuist. Dante plaatste hem bijvoorbeeld tussen de ketters op de zesde trede van de hel (Divina Commedia, Inferno n. 6-9). Hij werd begraven in het portaal van de Sint-Pieter. Hij was pas de tweede van de eerste vijftig pausen die niet als heilige wordt vereerd. Liberius (352 - 366) was de eerste.


Pausen AfkortingenLijst van Namen