Lucas (vergrieksing van de latijnse voornaam Lucius of van de bijnaam Lucanus), auteur van het Lucasevangelie en de Handelingen der apostelen, was heiden van geboorte zoals blijkt uit Col 4,11v en van beroep medicus (Col 4,14). De identificatie van L. met de in Rom 16,21 genoemde Lucius (Deissmann) is onwaarschijnlijk, omdat de laatste συγγενής van Paulus is.
Mogelijk hoorde hij tot de
grote groep proselyten en godvrezenden die later
overgingen naar het christendom. Volgens de traditie
(Eusebius, Hist. eccl. 2,4,6; Hand 11,28 var).
kwam hij uit Antiochië. Hij toont inderdaad veel
interesse voor deze gemeente (Hand 6,5; 11,19-30;
13,1-3). L. sloot zich bij Paulus aan tijdens diens
tweede missiereis (ca. 51) en bleef bij hem tot in
Philippi
(Hand 16,10-17). Hij bleef daar achter en
sloot zich aan het einde van de derde reis weer bij
Paulus aan (Hand 20,6-16). Hij vergezelde de apostel
ook op zijn reis als gevangene naar Rome (Hand
27,1-28,16) en bleef ook tijdens de gevangenschap
bij hem (Col 4,14; Phrn 24; 2Tim 4,1l[?]). Volgens
de antimarcionitische proloog stierf hij in Boeotië.
Lit. A. Harnack, Lukas der Arzt (Leipzig 1906). W. K. Hobart,
The Medical Language of St. Luke (Dublin 1883/Grand
Rapids 1954). A. Deissmann, Licht vom Osten4 (Tübingen
1923) 372-377. H. Mulder, Lukas, zijn taak en plaats in de
heilsgeschiedenis (Baarn 1942). A. Strobel, Lukas der Antiochener
(ZNW 49, 1958, 131-139). C. K. Barret, Luke the
Historian in Recent Study (London 1961). G. A. Lindeboom,
Dokter Lukas (Amsterdam 1965). [Bouwman]