Ptolemaeus, gnosticus (ca. 180 nC), behorend tot de
school van Valentinus.
Uit Irenaeus (Adversus
haereses 1,8,3) kennen wij een fragment van een
exegetisch werk van P., dat uitgaat van de proloog
van Jo. Belangrijk is P.' Brief aan Flora, een antwoord
op haar vraag naar de oorsprong van het
OT. In de Wet zijn volgens P. drie delen te onderscheiden,
die resp. van God (niet de volmaakte God,
maar de demiurg), Mozes en van de oudsten van het
joodse volk stammen. In de wetgeving van de demiurg
dient men te onderscheiden: de reine Wet,
die door de Verlosser tot vervulling gebracht is, de
met het boze vermengde wet, die door de Verlosser
is opgeheven, en de symbolische wet, die door de
Verlosser tot haar geestelijke inhoud werd teruggebracht.
P., die het OT tegen Marcion verdedigde,
beriep zich op de autoriteit van het NT.
Lit. Uitgave, met franse vertaling: G. Quispel, Ptolémée,
Lettre à Flora (SC 24, Paris ²1966). [Bartelink]