Rachel (hebreeuws rāḥēl, ooilam), dochter van
Laban,
geliefde vrouw van Jakob (Gn 29,6-30), moeder
van Jozef (ib. 30,22-24) en Benjamin (ib. 35,1618).
Haar slavin Bilha baarde Dan en Naftali (ib.
30,1-8), die als zonen van R. golden. Zij stierf bij de
geboorte van Benjamin en werd begraven op de weg
naar Efrat (Gn 35,19). Deze plaats is door een verwarring
met Efrata gelocaliseerd bij Bethlehem.
Naar alle waarschijnlijkheid lag het graf tussen
Bethel en Rama.
[Beek]