Samgar (hebreeuws šamgar), een van de
richters
over Israel. Hij wordt in Ri3,31 vermeld als een
van de verlossers van Israel, met als enige bijzonderheid
dat hij 600 Filistijnen met de stok van een ossedrijver
had verslagen. Zijn optreden doet denken
aan dat van Simson. Naat alle waarschijnlijkheid
was hij geen geboren Israeliet. Dat hij een zoon van
Anat genoemd wordt, kan wijzen op afkomst uit
een plaats in Galilea; maaFhet ligt meer voor de
hand aan een persoonsnaam te denken die samengesteld
was met Anath, de naam van een kanaänitische
godin. De naam S. is vermoedelijk hurritisch
van oorsprong en een afkorting van šimig-ari
= 'de god šimig heeft gegeven'. Dit is geen reden
hem te rekenen tot de verdrukkers van Israel, iemand
die door verschuiving in de overlevering tot
een richter is geworden. Het blijft raadselachtig
waarom hij chronologisch aan Debora voorafgaat,
want in die periode vormden de Filistijnen nog geen
bedreiging voor Israel. Hij hoort bij de tijd waarin
ook Simson thuishoort. Hij kan, al was hij een
vreemdeling, zeer goed Israel in de strijd hebben
bijgestaan en daaraan de titel verlosser te danken
hebben.
Lit. A. van Selms, Judge Shamgar (VT 14, 1964, 294-309).
[Beek]