Severianus, bisschop van de syrische havenstad Gabala, christelijk schrijver uit ca. 400 (gestorven na 408). In 401 kwam hij in Constantinopel, waar hij na aanvankelijke vriendschap een onverzoenlijk tegenstander werd van Johannes Chrysostomus. S., een geleerd maar weinig origineel man, is ook in stilistisch opzicht van weinig betekenis. De lovende woorden van Gennadius (declamator admirabilis) zijn overdreven. Als exegeet was hij aanhanger van de antiocheense school, waarbij hij zich sterk door Diodorus van Tarsus liet beïnvloeden. S. interpreteerde het OT zeer letterlijk.
Veel van zijn geschriften zijn verloren gegaan, maar in de catenen zijn er nog resten van te vinden.
Behalve zijn exegetisch werk, waaronder waarschijnlijk
commentaren op alle Paulus-brieven,
kennen wij van S. homiletische geschriften, o.a. Orationes
sex in mundi creationem (Zes preken over
het scheppingsverhaal).
Lit. Uitgaven: MPG 56, 429-516 (Gn-homilieën en Homilia
de serpente quem Moyses in cruce pependit). Verspreide preken
en fragmenten: MPG 48, 1081-1088; 52, 425-428; 56, 411-428,
553-564; 59, 585-590; 60, 767-772; 63, 531-550; 96, 541. G.
Bardy (DTC 14, 2000-2006). H. Lietzmann (PRE 2A, 1930-1932).
Quasten 3, 484-486. - J. Zellinger, Die Gn-Homilien
des Bischofs S. von Gabala (Münster 1916). G. Dürks, De
Severiano Gabalitano (Kiel 1917). J. Zellinger, Studien zu
S. von Gabala (Münster 1926). E. J. Soares, S. of Gabala and
the Protevangelium (Marianum 15, 1953, 401-411). K. Staab,
Pauluskommentare aus der griechischen Kirche aus Katenenhandschriften
gesammelt (Münster 1953) 213-351. A. M. Gila,
Studi sui testi mariani di Severiano di Gabala (Rome 1965).
M. Aubineau, Soixante-six textes, attribués
à Jean Chrysostome,
découverts dans le codex Athos, Iviron 255 (VC 29,
1975, 55-64; 10 van de teksten in dit handschrift zijn van S.).
[Bartelink]