Simeon

Simeon (hebreeuws šim'ōn, verkleinwoord met de betekenis 'God heeft gehoord'; LXX Συμεών),

(1) in het OT de naam van een zoon van Jakob en Lea (Gn 29,33) en daarna ook de naam van een der twaalf stammen van Israël. Volgens Gn 34,25-31 bedreef hij samen met Levi een wandaad tegen de Sichemieten. Gn 49,3-7 karakteriseert hem samen met Levi. In de zegen van Mozes komt zijn naam niet voor. Jozua heeft hem de steden toegewezen die eigenlijk aan Juda behoorden (Joz 19,1-9) en daarom is het waarschijnlijk dat de stam tenslotte in Juda is opgegaan. De oudste geschiedenis is niet duidelijk en de berichten daarover zijn verschillend: in Nm 1,22v telt S. 59.300, in Nm 26,12-14 slechts 22.000 weerbare mannen. De herinnering aan de stam is lang levend gebleven: Ezechiël wijst S. een stamgebied toe tussen Benjamin en Issakar (48,24) en noemt een S. poort in Jeruzalem (48,33). Volgens Openb 7,7 hoort S. tot de 144.000 getekenden uit alle stammen van Israël.

(2) S. komt voor in de genealogie van Jezus (Le 3,30) maar wordt in het OT niet vermeld. [Beek]


Afkortingen Lijst van Namen