Gevangenschapsbrieven, de brieven die Paulus
schreef aan de Ephesiërs,
Colossenzen, Philippenzen
en Philemon, aldus genoemd en samengevat,
omdat Paulus zich daarin herhaaldelijk 'gevangene'
noemt. Ook naar de inhoud vormen ze (met uitzondering
van het privébriefje aan Philemon) een eenheid.
Ze worden ook christologische brieven genoemd,
omdat ze de centrale plaats van Christus in
Gods heilsplan uitwerken. Volgens vrij algemeen gevoelen
zijn de g. opgesteld tijdens de eerste romeinse
gevangenschap van Paulus (ca. 61). De door enkele
geleerden (Deissmann, Duncan e.a.) verdedigde hypothese
dat de g. geschreven zijn te Ephese, heeft
wel enige waarschijnlijkheid, maar toch niet voldoende
om de traditionele opvatting te weerleggen.
Een andere opvatting, volgens welke Paulus de g.
geschreven heeft te Caesarea, stuit o.a. op dit bezwaar
dat Paulus daar niet voldoende vrijheid bezat
om brieven aan christenen en christengemeenten te
kunnen schrijven.
Lit. Bij de genoemde trefwoorden.
[Bouwman]