Kinderdoop

Kinderdoop (zie ook Doop). In de oudste christentijd kwam de doop van volwassenen het meest voor. In enkele oudchristelijke teksten komt de kinderdoop ter sprake. Tertullianus (De baptismo 18) is voor uitstel tot de volwassenheid, niet om theologische redenen, maar op grond van de hoge eisen die men stelde aan het ongeschonden bewaren van het zegel van de doop. Ook spreekt hij over het risico dat de sponsores (borgen) lopen, die de geloofsbelijdenis afleggen in plaats van de kinderen. Vgl. ook Cyprianus, Epistula 64. Origenes doet een beroep op het gebruik van de Kerk (Ecclesiae observatio, Homilia in Leviticum 8), op de traditie die op de apostelen teruggaat: het doopsel betekent niet alleen zuivering van zonden, maar ook opname in de Kerk.


Lit. J. Jeremias, Nochmals: Die Antänge der Kindertaufe (München 1962). [Bartelink]


Lijst van Namen