Volkenlijst of Volkentafel, titel die door commentatoren geschreven is boven Gn 10, waarin 70 (volgens andere tellingen 71 of 73) volken, stammen en steden langs genealogische weg van de drie zonen van Noach worden afgeleid. Het is de bedoeling van de auteur dat ze geografisch de hele wereld omvatten. In de oude oosterse literatuur zal men een tweede voorbeeld van een dergelijke wijde horizon, van de Zwarte Zee tot de Indische Oceaan, tevergeefs zoeken. De opzet van Gn 10 is een poging om de verscheidenheid van stammen en steden te herleiden tot de afstamming van Sem, Cham en Jafet. Deze poging is herkenbaar aan de structuur van de tekst, maar de eerste indruk die Gn 10 op de lezer maakt is die van een merkwaardige mengeling van systeem en systeemloosheid.
Het hoofdstuk wordt gekenmerkt door een groot aantal geografische bijzonderheden met gebruikmaking van bekende en onbekende namen. Daardoor werd tot heden toe de aard van het wetenschappelijk onderzoek bepaald, want de uitleg er moest zich bezighouden met de identificatie en de localisering van tientallen plaatsen. Zijn uitkomsten zijn dikwijls bestreden door vakgenoten en de commentaren leggen getuigenis af van de discussies. Een vraag van literaire orde was echter ook gegeven met het verschijnsel dat namen in verschillende rubrieken herhaald worden. Dit probleem kan worden opgelost door het samentreffen van verschillende bronnen aan te nemen (J, D, P; Pentateuch IV. Genesis 3). Soms kon daarmee een vraagstuk verklaard worden, maar bevredigend is het onderzoek op deze wijze nooit geweest. Gn 10 blijft een tekst met vragen en daarmee een bron van meningsverschillen.
De vraag naar de datering van de tekst is bevredigend
beantwoord. Er werd geconstateerd dat van
de volken de Hethieten verzwegen worden en dat
was een eerste aanknopingspunt. Er werden ook een
paar fouten gesignaleerd die bepaald waren door de
situatie van een tijdvak. Er is nu algemene overeenstemming
wat betreft de vormgeving van de laatste
redactie; die zou tot stand gekomen zijn in de 7e
eeuw vC. Daarbij sluit de godsdienstige achtergrond
van Gn 10 aan. Er is een duidelijke analogie met de
betekenis van Gn 1. In dat eerste hoofdstuk van Gn
gaat het om de schepping van één mens en daarmee
van de hele mensheid; in Gn 10 gaat het om de hele
wereld en om de plaats die Israël daarin zal mogen
innemen. Die plaats is zegenbrengend en daarbij
sluiten de profetieën van Jesaja aan, bv.: 'Te dien
dage zal Israël de derde zijn naast Egypte en Assur,
een zegen in het midden der aarde ...' (Js 19, 24).
Daarnaast verdienen Js 42, 1-4 en 45 aandacht. In
dit verband is ook een zinsnede uit de rede van Paulus
op de Areopaag relevant: 'Hij heeft uit één enkele
het hele menselijke geslacht gemaakt om op de
ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft
de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun
woonplaatsen bepaald' (Hand 17, 26).
Lit. E. Dhorme, Les peuples issus de Japhet (Syr 13, 1932, 28-49).
G. Hölscher, Drei Erdkarten. Ein Beitrag zur Erkenntnis des hebräischen
Altertums (Heidelberg 1949). W.Brandenstein, Bemerkungen
zur Völkertafel (in Festschrift Debrunner, Bern 1954, 57-83).
J. Simons, The 'Table of Nations' Gn 10. Its general structure
and meaning (OTS 10, 1954, 155-184). A. van Selms, Genesis 1
(Nijkerk 1967, ²1973) 141-159. O. Eissfeldt, Achronische, anachronische
und synchronische Elemente in der Genesis (Kleine Schriften
4, 1968, 153-169). K. Westermann, Genesis. Einleitung zur Urgeschichte.
Genesis I-XI (Biblischer Kommentar, Altes Testament 1,
Neukirchen 1974) 662-706.
[Beek]