De egyptische wetenschap wordt gekenmerkt door haar utilitair karakter.
(A) Op het gebied van de mathematica zijn bewaard (alle uit het Middel-Rijk): twee papyri (P. Rhind, in het British Museum, en de Math. pap. van Moskou), twee fragmenten van papyri, een lederrol en twee houten tafeltjes. Zij tonen dat de E. bij de vier rekenkundige bewerkingen de vermenigvuldiging tot de optelling herleidden en dat zij, behalve met %, alleen met breuken werkten die als teller 1 hadden. Voor de landmeters was het berekenen van de oppervlakte van bijzonder belang. Men vindt gegevens over de berekening van de oppervlakte van de rechthoek, de driehoek en het trapezium. De oppervlakte van de cirkel werd berekend in functie van de lengte van de diameter, waarbij, praktisch gezien, de waarde van π gelijk was aan 3,16. Men vindt ook aanwijzingen over de manier waarop de inhoud van de piramide, van de afgeknotte piramide en van de cilinder berekend werden. Deze leerboeken bevatten ook opgaven over de proportionele verdeling van rantsoenen en over landmeting. Enkele fictieve opgaven wijzen op een streven naar meer wetenschappelijke problematiek.
(B) Wat de metrologie betreft, dient met de volgende
gegevens rekening gehouden te worden:
(C) De beoefening van de astronomie was voornamelijk gericht op het vaststellen van de kalender (zie sub II.A) en van de uren. Om de nachturen te berekenen werd beroep gedaan op de z.g. decanen. Dit zijn sterren en sterrenbeelden die om de tien dagen een uur vroeger aan de horizon oprijzen en daar tien dagen lang zichtbaar blijven. Aangezien hier met een jaar van 360 dagen gerekend wordt zijn er 36 decanen, die als beschermende genii aangezien werden. Verschillende decaankalenders uit het Middel- maar vooral uit het Nieuwe Rijk zijn bewaard. De decanen speelden later een belangrijke rol in de dierenriem en in de hellenistische astrologie.
(D) Op het gebied van de geneeskunde zijn ons negen papyri bekend, waarvan meerdere nog onuitgegeven zijn. Een daarvan handelt over veeartsenijkunde (Pap. veter. Kahun). Enkele van deze werken bevestigen de uitlatingen van Herodotus (2.84) over de specialisatie van de egyptische artsen. Zo handelen de P. med. Kahun (Middel-Rijk) over gynecologie, de P. Edwin Smith (Nieuwe Rijk) over beenderchirurgie en de P. Chester Beatty VI (laat Nieuwe Rijk) over interne geneeskunde. Andere zijn compilaties van diagnosen en recepten voor allerlei ziekten, waaronder echter de P. Ebers (begin Nieuwe Rijk) een belangrijk anatomisch en fysiologisch traktaat over het hart bevat. In vele van deze teksten, vooral in de jongere, speelt de magie nog een grote rol. De voornaamste problemen die zich voor ons stellen zijn die van de identificatie der ziekten en hun symptomen en van de geneesmiddelen die in de recepten vermeld worden; onder deze komen de meest onverwachte produkten voor, zodat men in dit verband wel eens van 'Dreckapotheke' spreekt. Bovendien tonen observaties op mummies, hoe beenderbreuken, schedelverwondingen en kakebeenabcessen behandeld werden; zij bewijzen het gebruiken van tandplombeersel, het plaatsen van kunsttanden en het bestaan van trepanatie.
(E) De filologie nam een aanloop met het vervaardigen van een soort encyclopedie, die de egyptologen een 'Onomasticon' noemen. Zij geeft een opsomming van al wat zich in de hemel, op de aarde en in het water bevindt, van de sociale standen, de vreemde landen, de steden van Egypte, de verschillende soorten van gebouwen en van gronden, dranken en spijzen. In het demotisch is een fragment van een woordenboek bewaard waarin de woorden evenwel naar hun beginmedeklinker gerangschikt zijn.
(F) De geschiedschrijving wordt hoofdzakelijk vertegenwoordigd door de koningslijsten, die onder het Nieuwe Rijk aangelegd werden (Dynastie). Zij bevatten een opsomming van de koningen, soms met hun regeringsjaren; als zij in een tempel waren aangebracht, hadden zij tot doel de 'voorvaderen' te laten genieten van de offers en van de cultushandelingen die door, of in naam van, de levende koning voltrokken werden.
(G) Archieven en bibliotheken waren niet gescheiden;
zij vormden samen het pr-md3.t (boekenhuis)
of het pr-'nh (levenshuis). Oorkonden en literaire
werken werden, netjes opgerold, in kruiken of kisten
bewaard en waren soms van een ex-libris voorzien.
De bibliotheek van de tempel van
Sobek te Tebtynis,
voornamelijk uit demotische oorkonden en boeken
bestaande, is te Kopenhagen terechtgekomen; een
bibliotheek uit Deir el-Medina maakt nu deel uit van
de Chester-Beatty-verzameling. De privaatbibliotheek
van een voorleespriester werd onder het Ramesseum
ontdekt.
Lit. B. Spuler, Handbuch der Orientalistik. I. Ägyptologie, 2.
Abschn., Literatur (Leiden 1952): Astronomie und Mathematik
170-181 (S. Schott); Medizinische Literatur 181-187
(H. Grapow); Wörterbücher, Repertorien, Schülerhandschriften
187-193 (H. Grapow); Geschichtliches 140-157 (E. Otto);
Ägyptisches Bibliotheks- und Buchwesen 219-231 (E. Otto/
S. Schott). - K. Vogel, Vorgriechische Mathematik. I. Vorgeschichte
und Ägypten (Hannover/Paderborn 1958). O. Neugebauer,
The Exact Sciences in Antiquity (Providence ²1957).
- Id., The History of Ancient Astronomy. Problems and
Methods (JNES 4, 1945, 1-38). W. Gundel, Dekane und Dekansternbilder
(Stud. Bibl. Warburg 19; Glückstadt 1936). H.
Grapow e.a., Grundriss der Medizin der alten Ägypter, 8
dln. (Berlin 1954-1962). F. Jonckheere, La médecine égyptienne,
3 dln. (Bruxelles 1944-1958). G. Lefebvre, Essai sur la
médecine égyptienne de l'époque pharaonique (Paris 1956).
J. Th. Rowling, Pathological Changes in Mummies (Proc. roy.
Soc. Med. 54, 1961, 409-415). Aanvulling over tandziekten:
F. F. Leek (JEA 52, 1966, 59-64). M. Goldstein, Internationale
Bibliographie der altägyptischen Medizin 1850-1930 (Berlin
1933). W. C. Till, Die Arzneikunde der Kopten (Berlin
1951). - A. Volten, An 'Alphabetical' Dictionary and Grammar
in Demotic (Pap. Carlsberg XII verso) (Archiv orientálni
20, 1952, 496-508). - H. Ranke, Vom Geschichtsbilde der
alten Ägypter (Chron. d'Ég. 6, 1931, 277-2-86). E. Otto, Geschichtsbild
und Geschichtsschreibung in Ägypten (Die Welt
des Orients 3, 1966, 161-176). - A. Volten, The Papyrus-Collection
of the Egyptological Institute of Copenhagen (Archiv
orientálni 19, 1951, 70-74). - Over techniek: verschillende
artikelen van J. Vercoutter in Dictionnaire archéologique
des techniques 1 (Paris 1963). - Over alchemie: W. Gundel
(RAC 1, 239-259).