Kaneš

kaartKaneš, oude anatolische stad, thans de ruïne Kültepe, 20 km ten noordoosten van Kayseri, ten zuiden van de Halys. Na een campagne in 1925 door B. Hrozny (die de identiteit bevestigde) sinds 1948 ononderbroken object van archeologisch onderzoek door turkse archeologen onder leiding van T. Özgüç. De stad neemt door zijn belangrijke vondsten een dominerende positie in in de archeologie van de Vroege en Midden-Bronstijd (ca. 3000-1600vC) in Anatolië.

Op de tepe zelf (20 m hoog, bijna rond, doorsnede ca. 500 m) dateren de tot dusverre oudste lagen uit het Vroege Brons (I-III), dat het gehele 3e millenium vC beslaat. Belangrijke vondsten zijn o.a. monumentale architectuur, met gepleisterde wanden, waaronder een vertrek van het megaron-type; veel graven; 'cappadocische' idolen; veel ceramiek, met name een toenemende hoeveelheid 'Intermediate Ware', enige Alishar-III-ceramiek en typen, die verbindingen leggen met Syrië, Troje II, en Tarsus. Deze periode eindigde met verwoesting en verbranding.

Rond 2000 vC ontstond buiten de muren (ten noordoosten van de tepe) een zich allengs uitbreidende handelsnederzetting, kārum, thans een 2,50 m hoog terras vormend in het land. Tijdens haar grootste uitbreiding had deze kārum een oppervlakte van verscheidene tientallen ha. De oudste niveaus zijn IV en III, met een toenemende bewoningsdichtheid en veel ceramiek: voor het eerst verschijnt de op de snelle schijf gemaakte monochrome 'hittitische' ceramiek, waarvan in niveau III een polychrome, met geometrische motieven versierde variëteit opkomt; de oudere, met de hand gemaakte Alishar-III of 'cappadocische waar' blijft voortleven, maar in geringere hoeveelheden. Sinds niveau II (laatste kwart 20e eeuw vC?) vestigden zich in de karum oud-assyrische handelaars, blijkens de aanwezigheid van hun archieven met spijkerschriftteksten, waarvan er door klandestiene en officiële opgravers thans ca. 20.000 zijn teruggevonden. Zij tonen aan dat K. het administratieve centrum was van een net van ca. 20 handelskoloniën en posten in Anatolië en werpen licht op de ingewikkelde structuur van de handel. Hoofddoel van de Assyriërs was uit Anatolië naar Assur zilver en goud te exporteren, dat ze verwierven in ruil voor door hen geïmporteerde wollen stoffen en tin. Het tin werd gebruikt in de anatolische metaalindustrie om de koper-tin-legering brons te vervaardigen.

Ook namen de assyrische kooplieden in Anatolië actief deel aan de inheemse handel in koper en wol(len produkten). De teksten, nog grotendeels ongepubliceerd, bieden tevens de oudste schriftelijke informatie over het pre-hittitische Anatolië, dat blijkbaar opgedeeld was in een aantal Iokale vorstendommen - doorgaans als vazallen onder één suzerein verenigd - waarmee de assyrische handelaars verdragen afsloten. We leren tal van inheems-anatolische functies en namen kennen, waaruit blijkt dat het gros der bevolking toen reeds tot de proto-hittitische of nei´ische groep behoorde, terwijl er ook nog een belangrijk contingent (proto-) hattische namen voorkomt.

De opgravingen in de karum hebben de handelshuizen der individuele handelaars aan het licht gebracht, met op de benedenverdieping hun keukens, archiefkamers, bakovens en haarden. De gehele materiële kultuur is anatolisch. Niveau II, dat door verwoesting en brand aan het einde kwam, wordt na een lacune gevolgd door Ib, nog welvarender en groter, waarin de karum ook ommuurd was. De handel ging verder, al trad er enige verandering op in het handelspakket (geen tinimport meer), en moesten de Assyriërs met een bescheidener positie genoegen nemen, zoals blijkt uit het geringe aantal spijkerschriftteksten. Na Ib (dat men doorgaans chronologisch verbindt met Samsi-Adad I van Assyrië en Zimrilim van Mari) volgt nog de schaars bewoonde laag Ia. Naast ceramiek, in vele kunstige vormen en variëteiten, zijn van belang vondsten van idolen, en met name de talloze afrollingen van zegels op tabletten, die een belangwekkende vermenging van babylonische, assyrische en anatolische motieven te zien geven.

De op de tepe met karum II en Ib corresponderende niveaus hebben monumentale architectuur opgeleverd: administratieve centra, paleizen en voorraadruimten, een megaron, alsmede enkele belangrijke teksten. Ook de binnenstadsmuur werd ontdekt, corresponderend met karum II, daarna verwoest maar ten tijde van Ib hersteld. De stad Ib kwam eveneens door verwoesting aan haar einde. Het is duidelijk dat de gebeurtenissen die tot de ondergang van (karum) K. II en Ib leidden in verband staan met de machtsstrijd die uitmondde in de opkomst van de dynastie van Kussar en de stichting van het oud-hethitische rijk. De precieze verbanden en chronologische implicaties zijn echter nog onduidelijk en zijn vooral afhankelijk van een publicatie en evaluatie van het materiaal uit niveau Ib, dat ook voor de mesopotamische chronologie van grote betekenis kan blijken te zijn.


Lit. B. Hrozny, Rapport préliminaire sur les fouilles tchechoslovaques du Kültepe (Syr 8, 1927, 1-12). T. Özgüç, Kültepe Kazisi Raporu (Ankara 1950). TJN. Özgüç, Kültepe Kazisi Raporu 1949 (Ankara 1953). T. Özgüç, Kültepe-Kanis. New Researches at the Centre of the Assyrian Trade Colonies (Ankara 1959; het laatste grote opgravingsrapport). Informatie over nieuwe campagnes vindt men in de tijdschriften: AJA (door M. Mellink), Anatolian Studies, Anatolica (door H. Alkim), Belleten en Türk Arkeoloji Dergisi. - K. Balkan, Observations on the Chronological Problems of the Karum Kanis (Ankara 1955). P. Garelli, Les Assyriens en Cappadoce (Paris 1963). F. Fischer, Boghazköy und die Chronologie der altassyrischen Handelsniederlassungen in Kappadokien (Istanbuler Mitteilungen 1965, 1-16). T. Özgüç, The Art and Architecture of Ancient Kaniä (Anatolia 8, 1966. 27-48). N. Özgüç, The Anatolian Group of Cylinder Seal Impressions from Kültepe (Ankara 1965). Id., Seals and Seal Impressions of Level I b from karum Kanish (Ankara 1968). L. Orlin, Assyrian Colonies in Cappadocia (Den Haag 1970). K. R. Veenhof, Aspects of Old Assyrian Trade and its Terminology (Leiden 1972). [Veenhof]


Kaart