Nob (hebr. nob) is in het OT bekend wegens een aldaar gevestigd heiligdom, waarin David op zijn vlucht voor Saul een toevlucht had gezocht en gevonden.
De priesters, nakomelingen van Eli, voorzagen
hem van brood en leverden hem bovendien
het zwaard van Goliat uit. Door Doëg, de Edomiet,
werd Saul hierover geïnformeerd. Deze liet de priesters
van N. vermoorden, verwoestte de stad en richtte
een slachtpartij aan, waarbij alleen Abjatar wist
te ontkomen (1Sm 21,1-10 en 22,9-23). De naam
wordt ook nog in Js 10,32 en Neh 11,32 vermeld.
De laatstgenoemde plaats moet ten noorden van
Jeruzalem gezocht worden, maar het is niet zeker
dat het om dezelfde priesterstad gaat.
[Beek]