
Rama (hebreeuws hārāmāh = de hoogte), naam die
in het OT aan verschillende plaatsen is gegeven. Het
meest bekend is de stad van Samuël in het gebergte
van Efraïm, waar hij volgens 1Sm 25,1 begraven
ligt. Sommigen identificeren deze plaats met
Ramataïm (1Sm 1,1), tegenwoordig Er-Ram, 8 km
ten noorden van Jeruzalem. Anderen denken aan
Ramallah, 15 km ten noorden van Jeruzalem. De
griekse naam van R. is Arimatea (IM 11,34; Mt
27 ,57).
Meermalen wordt samen met Gibea een plaats R. in Benjamin vermeld (Joz 18,25; Ri 19,13; Js 10,29; Hos 5,8). Deze stad was door Baësa versterkt tegen Juda, maar werd door Asa van Juda weer ontmanteld (1Kg 15,17-22; 2Kr 16,5-6). Hier werden later door de Babyloniërs de gevangenen bijeengebracht vóór hun wegvoering in de ballingschap (Jr 40,1).
Andere plaatsen met dezelfde naam waren te vinden
in Aser (Joz 19,29), Naftali (Joz 19,36) en
in Gilead (2Kg 8,29). Deze laatste, volgens Joz
20,8 en 21,38 een asielstad, was gelegen ten noorden
van de Jabbok en werd gewoonlijk Ramot
(meervoud van R.) genoemd.
[Beek]