
![]()
Tiberias (Τιβεριάς), stad op de westelijke oever van
het Meer van Gennesaret,
dat ook Meer van T. genoemd
wordt; thans hebreeuws tewerja, arabisch tabarije.
T. werd ca. 20
nC gesticht door Herodes Antipas als nieuwe
hoofdstad van Galilea
en genoemd naar de regerende
keizer Tiberius.
Om de nieuwe stad te bevolken
moesten met geweld Galileeërs gerecruteerd
worden; de joden hadden namelijk ernstige bezwaren
tegen T. omdat het gedeeltelijk gebouwd was
op het terrein van een oude begraafplaats. Omdat
echter de geneeskrachtige warme bronnen van Ammathus
(hammath), een zuidelijke voorstad van T.,
een grote aantrekkingskracht bezaten, werd het
joodse verbod om zich in T. te vestigen weldra opgeheven
en werd de stad wettelijk rein verklaard. In
het NT. wordt T. slechts driemaal genoemd. In 66
nC nam een groot deel van de bevolking deel aan
de joodse opstand tegen Rome en
Herodes
Agrippa II; na de onderwerping werd de stad door
Vespasianus gespaard. Na de verwoesting van Jeruzalem
in 70 nC werd T., dat oorspronkelijk een uitgesproken
hellenistisch stempel droeg, weldra een
van de voornaamste geestelijke centra van het diaspora-jodendom;
hier ontstond in de 3e eeuw de palestijnse
talmud en werd een belangrijke bijdrage
geleverd aan de totstandkoming van de
masoretentekst
van het OT.
Het archeologisch onderzoek van de jaren '60 en '70
heeft resten van stadspoorten, van openbare bouwwerken
uit de romeinse tijd en van een joods bedehuis
uit de 3e eeuw nC aan het licht gebracht; verder
bleek dat T., dat sinds de oudheid ononderbroken
bewoond is geweest, oorspronkelijk een oppervlakte
van ca. 80 ha had. Op de foto zijn de resten van de
basilica zichtbaar; op de achtergrond het meer van Tiberias.
Lit. Schürer 2, 216-221. G. Hölscher (PRE 6A, 779-781). A. Negev
(The Princeton Encyclopedia of Classical Sites, Princeton 1976,
920v).
[Nuchelmans]