Pseudo-Hecataeus, joods vervalser (waarschijnlijk ca.
100 vC, in ieder geval na de Makkabeeëntijd), die op
naam van de geschiedschrijver
Hecataeus een geschrift,
waarschijnlijk Περὶ Ἰουδαίων getiteld, samenstelde,
waarin o.a. ook onechte verzen van
Sophocles voorkwamen. Het geschrift, o.a. aan
Flavius Josephus bekend, behoorde
tot de tendentieuze
vervalsingen die in de joodse propagandaliteratuur,
die zich van de griekse vormen bediende,
voorkomen.
Lit. Uittreksels bij Josephus (Contra Apionem 1, 22, 183-204;
2, 4, 43); vgl. Fragmenta Historicorum Graecorum 2
(Paris 1848) 384-386. - Schürer 3, 603-608. [Bartelink]