Metamorfosen (Μεταμορφώσεις, latijn Metamorphoses).
Verhalen waarin het hoofdthema gevormd
werd door de gedaanteverandering van een of meer
personen in dieren, planten of voorwerpen genoten
in de oudheid een grote populariteit. Ze werden
reeds vroeg ook in literaire vormen gekleed en
sinds de hellenistische tijd graag gebundeld tot
kunstige verzamelingen, die de naam M. of een
soortgelijke titel droegen. Nicander van Colophon
(2e eeuw vC) schreef Ἑτεροιούμενα, Parthenius
van Nicaea (1e eeuw vC) Μεταμορφώσεις, een
anonieme auteur een Ὀρνιθογονία. Deze en dergelijke
griekse verzamelingen, die, op excerpten bij
Antoninus Liberalis na, alle verloren zijn gegaan,
hebben de romeinse dichter
Ovidius het model
en het materiaal verschaft voor zijn Metamorphoseon
libri XV, die niet minder dan 250 gedaanteverwisselingen
beschrijven van de schepping der
wereld tot aan keizer
Augustus, en het hoogtepunt
van het genre vormen. Apuleius'
Metamorfosen
(2e eeuw nC) ontlenen hun stof niet aan de mythologische
traditie, maar vertellen hoe een zekere Lucius
door een toverzalf in een ezel verandert, in
deze gedaante allerlei avonturen beleeft en tenslotte
door het eten van rozen weer zijn menselijke gedaante
terugkrijgt.
Lit. S. Jannacone, La letteratura greco-latina delle metamorfosi
(Messina 1953). [Nuchelmans]