Python (Πύθων), in de griekse mythologie naam van
een draak die in de oertijd gesproten was uit het
slijk van de zondvloed (of uit Gaia) en de
omgeving van
Delphi,
dat oorspronkelijk Pytho heette,
onveilig maakte. De P. werd gedood door de god
Apollo, die daarom de bijnaam Pythius ontving en
ter herinnering aan de overwinning de Pythische
spelen instelde; het oude aardorakel van Gaia in
Delphi werd vervangen door het orakel van Apollo,
die sprak door zijn priesteres Pythia.
Lit. Ovidius, Metamorfosen 1, 430-451. - H. von Geisau (PRE
24, 606-610). G. Türk (Roscher 3, 3400-3412). - J. Fontenrose,
P. A study of Delphic myth and its origins (Berkeley 1959).
[Nuchelmans]