Philinus (Φιλῖνος), griekse eigennaam.
(1) Philinus van Cos, griekse arts uit de 3e eeuw vC, leerling
van Herophilus, van wiens opvattingen hij
zich echter later distancieerde. P., over wie overigens
weinig bekend is, werd, wellicht mede onder
invloed van sceptici als Pyrrho van Elis en
Timo
van Phlius, een van de eerste vertegenwoordigers
van de z.g. empirische richting in de griekse geneeskunde
(Grieken VI. G. Geneeskunde).
Lit. K. Deichgräber, Die griechische Empirikerschule. Sammlung
der Fragmente und Darstellung der Lehre (Berlin 1930
= Zürich 1965).
(2) Philinus van Acragas, griekse geschiedschrijver uit de
tweede helft van de 3e eeuw vC, die een monografie
over de eerste punische oorlog (264-241) schreef.
Titel, thema en omvang van zijn werk zijn onbekend.
Polybius, die hem als bron gebruikte,
merkt op dat P. zich op een partijdig pro-carthaags
standpunt stelde.
Lit. Fragmenten in F. Jacoby, Die Fragmente der griechischen
Historiker 2B (Berlin 1927 = Leiden 1962) no. 174. R.
Laqueur (PRE 19, 2180-2193).
[Nuchelmans]