De Romeinse Kalender

Uit de namen van de vier laatste maanden kan men opmaken dat dit oorspronkelijk met maart aanving; het telde slechts tien maanden, waarvan de duur onbekend is, en vertoonde rond de jaarwisseling een gaping.

Aan Numa Pompilius of Tarquinius Priscus wordt de toevoeging van de maanden Ianuarius en Februarius toegeschreven. Op Etrurische herkomst van hun kalender zouden ook het ontbreken van de cultus van Iuppiter Capitolinus daarin en de naam Iunius in plaats van het Latijnse Iunonius wijzen. Tot 153 v.C. bleef maart de eerste maand van het jaar, dat ca. 10 1/4 dag van het zonnejaar verschilde: het telde 355 dagen, waarbij maart, mei, juli en oktober 31, februari 28 en de overige maanden elk 29 dagen hadden. Om het tekort aan te vullen werd elke twee jaar om beurten na 23 en 24 februari een schrikkelmaand van 27 dagen (mensis intercalaris) ingelast. Zo ontstonden schrikkeljaren van 377 of 378 dagen. Ook dit systeem was nog zo onnauwkeurig dat het burgerlijk jaar in 46 v.C. negentig dagen vooruit was op het zonnejaar. Dit had zijn consequenties voor de seizoenen en ook voor de feestkalender.

Nu greep Caesar als pontifex maximus in. Steunend op de berekeningen van Sosigenes van Alexandrië voegde hij aan het jaar 46 negentig dagen toe, zodat dit 445 dagen telde (annus confusionis). De vervolgens ingevoerde Juliaanse Kalender bracht het jaar op 365 dagen, warbij de tien toegevoegde dagen zo over de maanden verdeeld werden dat het begin en de duur van de jaargetijden er niet door beïnvloed werden. Het verschil van ca. 1/4 dag met het zonnejaar werd gecorrigeerd door elke vier jaar tweemaal 24 februari op te nemen (annus bisextilis). In 44 vC werd de maand Quinctilis omgedoopt in Iulius; sinds 8 vC werd de maand Sextilis Augustus genoemd.

Bij de datering gingen de Romeinen uit van de Kalendae, de Nonae en de Idus (resp. de 1e, 5e (maar in maart, mei, juli en oktober de 7e) en de 13e (in de vier genoemde de 15e). Vanaf deze data werd teruggerekend. De daaraan voorafgaande dag werd aangeduid met pridie + accusativus (pridie kalendas Apriles = 31 maart), de overige data werden uitgedruk door ante diem + rangtelwoord + accusativus, waarbij de bedoelde dag en die van de Kalendae, Nonae of Idus werden meegeteld ( ante diem IV Nonas Februarias = 2 februari).

In dit systeem ontbreekt de week. Pas in de 3e eeuw nC kwam de 'planetenweek' van zeven algemeen in gebruik.


Register