Anna (Ἄννα, van hebreeuws of westsemitisch hannāh: erbarming) eigennaam o.a. van:
(1) Anna, zuster van de carthaagse koningin Dido; ze speelt een belangrijke rol in het vierde boek van Vergilius' Aeneïs.
(2) Anna, eerste vrouw van Elkana, moeder van Samuel. Aangezien zij kinderloos was en door een bijvrouw werd bespot, legde zij tijdens een pelgrimstocht de gelofte af, dat als zij een zoon zou krijgen, zij deze aan God zou wijden. Toen Samuel geboren werd, bracht zij naar de hogepriester Eli.
(3) Anna, profetes, dochter van Phanuel uit de stam
Aser. Zij verbleef na een kort huwelijk als weduwe
in de tempel van Jeruzalem en werd op 84-jarige
leeftijd getuige van de opdracht van Jezus in de
tempel (Lc2,36-38). [v.d.Born]