Stephanus (Στέφανος, 'krans, kroon'), de eerste christelijke martelaar, een van de 'zeven' die later diakens genoemd werden (vgl. διακονία en διακονέω Hand 6, 1-4; Phil 1,1; 1Tim 3, 8 en 12). S. raakte in conflict met de synagoge van de diaspora-Joden in Jeruzalem en werd daarbij gelyncht, wat het sein werd tot een hevige vervolging.
De reden van het conflict, waarvan de
tempel de inzet was, is op het eerste gezicht niet
duidelijk, daar de eerste christenen volgens Hand
2,46 trouwe bezoekers van de tempel waren. Waarschijnlijk
is de reden hierin te zoeken dat S. een
Samaritaan was of tenminste nauwe betrekkingen
onderhield met de Samaritanen, die de tempel afwezen.
Dit blijkt uit zijn toespraak, waarin de naam
van Jezus niet voorkomt, terwijl Mozes er de
hoofdrol in speelt.
Lit. Hand 6v (het enige historische getuigenis). - F. M. Abel
(DBS 2, 1132-1146). - M. Simon, St. Stephan and the Hellenists
in the Primitive Church (London 1958). J. Bihler, Die
S. geschichte im Zusammenhang der Apostelgeschichte (München
1963). M. H. Scharlemann, Stephen, a Singular Saint
(Rome 1968). M. Hengel, Zwischen Jesus und Paulus: Die
'Hellenisten', die 'Sieben' und S. (ZThK 72, 1975, 151-206).
S. Dockx, Chronologies néotestamentaires et vie de l'Église
primitive (Paris/Gembloux 1976) 189-196. G. Bouwman,
Samaria im lukanischen Doppelwerk (in A. Fuchs ed.,
Theologie aus dem Norden, Linz 1977, 118-141). [Bouwman]