Zerubbabel (hebreeuws zerubbābel, akkadisch zērbabili, 'spruit van Babel'), omstreeks 520 vC, in de perzische tijd, stadhouder van Juda. Hij was waarschijnlijk tijdens de ballingschap in Babylonië geboren. Volgens Hag 1, 12 en 14, Ezr 3, 2, en 8, Ezr 5, 2, Neh 12, 1 en Mt 1, 12 was Z. de zoon van Sealtiël, een zoon van koning Jojakin; volgens 1Kr 3, 19 was hij een zoon van Jojakins zoon Pedaja, volgens Lc 3, 27 een zoon van Sealtiël en afstammeling van Salomo.
Bij alle verschillen bestaat er overeenstemming
wat betreft de afkomst van David en dat zal
voor de perzische overheid wel de reden zijn geweest
om hem als stadhouder aan te stellen. Z. was
een tijdgenoot van de profeten Haggai
en Zacharja,
die grote verwachtingen van hem koesterden;
Hag 2, 20-23 noemt hem een aartsvader en een
type van de messias. Hij werd aangespoord de herbouw
van de tempel in Jeruzalem ter hand te nemen.
Het is niet bekend hoe lang Z. stadhouder was
geweest toen hij door
Darius I van zijn ambt
werd ontheven.
Lit. J. Gabriel, Zorobabel (Wien 1927). A. Petitjean, La mission de
Zorobabel et la reconstruction du temple, Zach. 3, 8-10 (ETL 22,
1966, 40-71). G. Sauer, Serubbabel in der Sicht Haggais und Sacharjas
(Festschrift Rost, BZAW 105, 1967, 199-207). [Beek]