Catholicus. Het griekse woord καθολικός komt sedert Hippocrates en Aristoteles in de literatuur voor in de betekenis 'een geheel vormend, algemeen'. De eerste christen bij wie het woord voorkomt is Ignatius van Antiochië (Ad Smyrnaeos 8,2) en wel toegepast op de kerk: de algemene kerk tegenover de locale kerk.Later wordt het speciaal van de orthodoxe kerk tegenover sekten en heresie gebezigd. Wij vinden zelfs (sedert het Martyrium Polycarpi 16,2 als de tekst hier correct is) ecclesia catholica gebezigd voor de afzonderlijke gemeente. Speciaal tegenover het gnosticisme kreeg de verbinding ecclesia catholica grote nadruk. Catholica werd ook al spoedig zonder nadere toevoeging voor de katholieke kerk gebezigd (vgl. Fragmentum Muratorianum 69 en Tertullianus, De praescriptione 30). In later tijd vinden wij ook herhaaldelijk de superlativus-vorm, bv. Prosper Tiro, Contra collatorem 2,2: intulit definitionem catholicissimam.
Daarnaast heeft c. in het grieks ook zijn algemene
betekenis behouden, vgl. bv. de woordspeling bij
Eusebius, Historia ecclesiastica 7,10,5 waar het gesubstantiveerd
een technische profane betekenis
heeft, evenals reeds vroeger het adjectivum bij de
grammatici. Als titel van een kerkelijk functionaris
vmaen wl] de aandutdmg in het grieks voor het
eerst in 410 (= algemeen vicaris), vgl. T.-J. Lamy,
Concilium Seleuciae (Leuven 1868) 23.
De uitdrukking 'katholieke brief treffen wij voor
het eerst aan bij de antimontanist Apollonius ca.
197 nC (Eusebius, Historia ecclesiastica 5,18,5).
Eusebius zelf kent reeds de aanduiding: de zeven
katholieke brieven (ib. 2,23,25).
Lit. Bauer, Griechisch-Deutsches Wörterbuch zu den Schriften
des N.T. (Berlin 1958) s.v. καθολικός. Th. Zahn, Geschichte
des neutestamentlichen Kanons 2 (Erlangen 1890).
A. Harnack, Mission und Ausbreitung des Christentums in
den ersten drie Jahrhunderten 1 (Leipzig 1915) 394. G. Bartelink,
Lexicologisch-semantische studie over de taal van de
Apostolische Vaders (Utrecht 1952) 120v. [Bartelink]