Martelaarsakten


Martelaarsakten, door de christenen te boek gestelde beschrijvingen van de marteldood van geloofsgenoten (martelaren). De vroege m. vormen de oudste hagiografische documenten. Men beperkt soms de term acta tot die berichten over martyria die slechts het gerechtelijk protocol, het procesverbaal van verhoor en veroordeling (= acta proconsularia), geven. De oudste m., waarin van officiële gegevens gebruik gemaakt wordt, zijn weinig opgesmukt en bezitten een grote mate van historische betrouwbaarheid. Ze vormen een eigen genre met een eigen historische en geestelijke achtergrond. Andere m. bevatten wel een historische kern maar zijn meer of minder sterk bewerkt. Tenslotte kent men ook de geheel legendarische passiones, die opkomen in de tijd na de vervolgingen.

Oorspronkelijk dienden de m. als documentatie voor de gemeente waartoe de martelaar behoorde. Soms werden ze ook aan andere gemeenten in briefvorm toegezonden (bv. het Martyrium Polycarpi, de Brief van de gemeenten van Lugdunum en Vienna).

Enkele van de belangrijkste acta en passiones zijn: Martyrium Polycarpi, Martyrium van Ptolemaeus en Lucius (in de 2e Apologie van Iustinus), Acta van Iustinus en gezellen, Acta van Carpus, Papylus en Agathonice (gemarteld in Pergamum, waarschijnlijk in de tijd van keizer Marcus Aurelius), de Brief van de gemeenten van Lugdunum en Vienna aan de gemeenten in Klein-Azië en Phrygië over de christenvervolging in Lyon (177-178), bewaard bij Eusebius (Historia ecclesiastica 5, 1,1-5,2,8), Acta van de martelaren van Scilli (Scillitani martyres; Numidië, 180: het oudste gedateerde christelijke geschrift in het latijn dat wij bezitten), Passio Perpetuae et Felicitatis (202/203; geredigeerd met verwerking van eigenhandige optekeningen van Perpetua en Saturus; naast de latijnse tekst is een griekse redactie bewaard, misschien een latere vertaling), Martyrium van Pionius (Smyrna, ca. 250, grieks, sterk bewerkt), de Acta Cypriani (Carthago, ca. 250); Acta Maximiliani (Numidië, 295; een jonge christen die weigert soldaat te worden), Acta van Phileas van Thmuis (306), het Testimonium van de 40 martelaren (Sebaste in Armenië, ca. 320) en De martyribus Palestinae, geschrift van Eusebius van Caesarea over de martyria in de jaren 303-311.


Lit. Uitgaven: Th. Ruinart, Acta primorum martyrum sincera (Paris 1689; Regensburg 1859). E. Le Blant, Les actes des martyrs. Suppl. aux Acta sincera de Ruinart (Paris 1882). Met spaanse vertaling: D. Ruiz Bueno, Actas de los martires (Madrid 1951). R. Knopf/G. Krüger/G. Ruhbach, Ausgewählte Märtyrerakten4 (Tübingen 1965). - H. Delehaye, Les passions des martyrs et les genres littéraires (Bruxelles 1921). B. de Gaiffier, La lecture des actes des martyrs dans la prière liturgique en occident (AB 72, 1954, 134-166). M. Simonetti, Studi agiografici (Rome 1955). G. Lazzati, Gli sviluppi della letteratura sui martiri mei primi quattro secoli (Turijn 1956). Id., Qualche osservazioni a proposito dell' origine degli Atti dei martiri (Revue des Études Augustiniennes 2, 1956, 39-58). M. Pellegrino, L'imitation du Christ dans les actes des martyrs (La Vie Spirituelle 98, 1958, 38-54). H. von Campenhausen, Märtyrerakten³ (RGG 4, Tübingen 1960) 592-593. [Bartelink]


Afkortingen Lijst van Namen