Amphipolis (Ἀμφίπολις), belangrijke griekse handelsstad
in de vruchtbare grensstreek van Thracië
en Macedonië,
op de oostelijke oever van de Strymon,
ca. 5 km van de monding, waar de havenplaats
Eïon lag. A.
was prachtig gelegen op een heuvel die aan drie zijden
beschermd werd door de rivier en slechts aan
de oostzijde door een muur versterkt was (resten bij
Jeniköi-Neochori), en op een belangrijk knooppunt
van wegen (daarom was de naam oudtijds Ennea
o'Soi) dat de westelijke toegang tot de goudmijnen
en houtwerven van het Pangaeus-gebergte beheerste.
Na vergeefse pogingen van Aristagoras van Milete (497 vC) en een atheense legermacht (465) om A. aan de Thraciërs te ontrukken, gelukte het in 437 aan de Athener Hagnon, een zoon van Nicias, de ook in strategisch opzicht belangrijke plaats te koloniseren; sindsdien werd ze A. genoemd. In 424 nam de spartaanse generaal Brasidas de stad bij verrassing; twee jaar later sloeg hij een tegenaanval van de Athener Cleon af, waarbij beiden het leven lieten. Bij de vrede van Nicias (421) weer afgestaan aan Athene, behield de stad niettemin haar onafhankelijkheid en wist ook alle latere atheense heroveringspogingen te weerstaan. In 357 werd A. door Philippus II bij Macedonië ingelijfd, waartoe het behoorde tot 168, toen het in handen van de Romeinen viel. Van 168 tot 148 was het de hoofdstad van Macedonia Prima, een van de vier staten waarin de Romeinen het onderworpen rijk hadden verdeeld. Daarna bleef A. een belangrijke pleisterplaats aan de via Egnatia. Ook Paulus bezocht A. (Hand 17,1).
De opgravingen (sinds 1920) hebben in de
buurt van het tegenwoordige dorp Amfipolis
uitgestrekte hellenistische, romeinse en vroeg-christelijke
grafvelden blootgelegd, een kolossale leeuw, gelijkend
op die van Chaeronea, een klein aan Clio gewijd
heiligdom, resten van oud-christelijke basilieken enz.
Lit. G. Hirschfeld (PRE 1, 1949-1951). - J. Papastavrou,
Amphipolis, Geschichte und Prosopographie (Klio, Beiheft 37,
Leipzig 1936). J. Roger, Le monument au lion d'Amphipolis
(Bulletin de Correspondance Hellénique 63, 1939, 4-42). O.
Broneer, The Lion Monument at Amphipolis (Cambridge
Mass. 1941). [Nuchelmans]