
Antonia, de naam die
Herodes de Grote, ter ere van
zijn beschermer Antonius,
gegeven heeft aan een
burcht ten noorden van de tempel in Jeruzalem.
De burcht wordt voor het eerst vermeld door Nehemia
als biiraah (2,8; 7,2). In het grieks wordt dit
weergegeven met βάρις en onder deze naam wordt
er over gesproken in de LXX en bij Flav. Jos.
Gedurende de romeinse periode lag er een garnizoen
om het tempelplein te bewaken (Hand 21,31-36; 22,
24; 24,10-16). In 66 nC maakten de joodse opstandelingen
zich meester van de A. Deze werd in 70
door Titus
veroverd en daarna gesloopt. Sinds de
middeleeuwen wijst men hier de plaats aan waar het
praetorium van Pilatus zou hebben gelegen.
Lit. Soeur M. A. de Sion, La Forteresse Antonia à Jerusalem
et la question du Prétoire (Jerusalem 1956).
[Beek]