
De Bittermeren vormen eigenlijk één meer,
in een Groot en een Klein B. onderscheiden,
ten oosten van de Delta. Zij danken hun naam
aan de (onjuiste) identificatie met het in Ex
15,23 genoemde Mara (= bitter). Samen met
het ten noorden gelegen Timsach-meer ('Krokodilmeer')
en de Wadi-Tumilat maken zij
deel uit van een depressie, welke oorspronkelijk
een waterweg schijnt gevormd te hebben die
de oostelijke Delta-arm van de Nijl met de Rode Zee
verbond. Tengevolge van
bodemverheffingen verzandde deze. Wanneer deze
verbinding, zeer belangrijk voor de expedities naar
de mijnen van de Sinaï en naar het wierookland
van Punt, door het graven van een kanaal hersteld
werd, is niet met zekerheid bekend. Aristoteles,
Meteor. 352, Plinius, Nat. Hist. 6,165 en Strabo
17,1,25 schrijven dit werk aan
Sesostris toe, maar
deze is voor hen een legendarische figuur geworden,
aan wie de daden van verschillende koningen toegedicht
worden. Hoewel sommige egyptische teksten
een zinspeling hierop schijnen te bevatten, weten
wij niet of dit kanaal in het Middel- of het Nieuwe
Rijk bestond. Herodotus 2,158v, Diodorus 1,33,9
en Strabo, t.a.p., beweren dat
Necho (609-594) met
het graven van het kanaal begon.
Darius I zette het
werk voort of maakte het intussen verzande kanaal
opnieuw bevaarbaar. Hij richtte op 4 plaatsen, langs
de rechteroever, stèles op, met egyptische, perzische,
medische en akkadische tekst, om deze onderneming
te vereeuwigen. Ook Ptolemaeus II, volgens
Diodorus (vgl. Strabo), voerde hier werken uit. Het
werd vermoedelijk weer bevaarbaar gemaakt door
Traianus. Toen het Suezkanaal tussen 1859 en 1869
door Ferdinand de Lesseps aangelegd werd, volgde
men ongeveer het tracé van het oude kanaal om een
zoetwaterkanaal te graven dat de bewoners van de
isthmus van drinkbaar Nijlwater moest voorzien.
Lit. G. Posener, Le canal du Nil à la Mer Rouge avant les
Ptolémées (Chron. d'Eg. 13, 1938, 258-273). Uitgave van de
egyptische tekst der stèles met commentaar Id., La première
domination perse en Egypte (Bibliothèque d'Étude, 11;
Kaïro 1936).
[Vergote]