
Peparethus
(Πεπάρεθος), eiland behorend tot de noordelijke
Sporaden voor de kust van Thessalië, tegenwoordig Skopelos. P. heeft
een opp. van 96 km² (Strab. 2,5,21; Ptol. 3,12,44) en max. hoogte van
688m. Voor de westkust liggen klippen en veel zeer kleine eilanden.
Volgens de mythe werd P. door Cretenzers gekoloniseerd (Diod. 5,79,2);
dat er een kern van waarheid in het verhaal zit, bewijzen grafvondsten
uit het laat-helladisch in de baai van Staphylos in het zuiden. In de 8e
eeuw werd het eiland door Chalcis gekolonizeerd. Op P. bevonden zich
3 antieke nederzettingen: Peparethus was de hoofdstad in het zuidoosten,
Panormus aan de westkust en Selinus in het noordwesten.
Als belangrijk vlootsteunpunt was P. lid van de Attisch-Delische
Zeebond (Diod. 15,30,5). Na een expeditie tegen de Macedoniërs op
Halonnesus werd P. in 340 vC verwoest en 338 Macedonisch (Strab. 9.5.16).
In 200 vC werd P. tijdens het verloop van de 2e Macedonische Oorlog
geplunderd (Liv.11,28,6). Antonius gaf P. in 42 vC aan Athene
(App.5,7,30), in wiens bezit het tot het einde van de 2e eeuw nC bleef.
In de Byzantijnse tijd was P. een bisdom onder de naam Skopelos. De
auteur Diocles stamde van P.
Alle 3 steden hebben talrijke antieke resten (graven, tempels, torens).
Er lag een Asclepiusheiligdom in het westen; hoofdgod van het eiland
was Dionysus.
Lit. NP 9, 531-2. A.A. Sampson, Ἡ νῆσος Σκόπελος, 1968.