
Urkiš of Urgeš hoofdstad van een hurritisch koninkrijk
(Hurrieten) dat zich ca. 2000 vC vermoedelijk
uitstrekte van het stroomgebied van de Habur
tot in het gebied ten oosten van de Tigris. Blijkens
teksten uit de noordoostmesopotamische stad
Esnunna hoorde ook de latere assyrische hoofdstad
Ninive tot dit rijk. U. is ons bekend uit twee koningsinscripties,
een in het akkadisch, van koning
Arišen (of Atalšen, 21e eeuw vC) van U. en Nawar,
zoon van Šatar-mat, de andere in het hurritisch, van
Tišatal, endan ('heer' of 'god'?) van U. Deze zelfde
koning wordt genoemd in de bovenvermelde teksten
uit Ešnunna (20e eeuw vC). Zijn inscriptie is tevens
het oudste hurritische document. In de oudbabylonische
tijd wordt U. een aantal malen in Mari-teksten
genoemd; bovendien komt het vermoedelijk voor in
een itinerarium uit deze tijd.
Na de oudbabylonische tijd wordt U. alleen nog genoemd
in teksten uit de hethitische hoofdstad Hattusa
als cultusplaats van de god Kumarbi, een
associatie die mogelijk door syncretisme is ontstaan.
De exacte ligging van U. is onbekend. Wel heeft
men op grond van de vermoedelijke vindplaats van
een der koningsinscri ties (Tišatal) voorgesteld het
te identificeren met Tell 'Amśda in het Habur-gebied,
aan de turks-syrische grens.
Lit. D. O. Edzard (RLA 4, 509). H. G. Güterbock (RLA 6, 329). A.
Kammenhuber, Wirtschaft und Geselischaft im alten Vorderasien
Boedapest 1976) 164v. G. Wilhelm Grundzüge der Geschichte
und Kultur der Humter (Darmstadt 1982) 12-16. [van Soldt]