Talos

Talos (Τάλως, Τάλος), naam van twee figuren uit de griekse mythologie.

(1) Talos, Athener, zoon van Perdix, neef en leerling van Daedalus. Hij zou de pottenbakkersschijf, de cirkel en de zaag hebben uitgevonden. Uit jaloezie stootte Daedalus hem van de Acropolis naar omlaag, waarbij Pallas Athene hem in een patrijs (πέρδιξ) veranderde.

Lit. J. Buslepp (Roscher 5, 35-37). M. van der Kolf (PRE 4A, 2086-2088).


talos(2) Talos, door Hephaestus uit brons vervaardigde bewaker van het rijk van koning Minos op Kreta. Driemaal daags patrouilleerde hij over het eiland en iedere vreemdeling die hij gevangen nam, doodde hij met stenen of door zichzelf roodgloeiend te maken en hem dan tegen zich aan te drukken. Zelf was hij onkwetsbaar op één plaats in zijn enkel na.

Daar bevond zich een afsluiting, waarop de ader uitkwam die zijn lichaamsvocht bevatte en naar boven doorliep tot in zijn nek. De Argonauten maakten hem, toen ze op Kreta landden, met behulp van Medea onschadelijk. Deze wist T. in trance te brengen en de afsluiting te verwijderen, waardoor zijn lichaamsvocht wegvloeide. Afbeeldingen van T. treffen we o.m. aan op munten uit Cnossus en Phaestus op Kreta.
Op de afbeelding een Attische volutenkrater uit ca. 400 vC (Ruvo) waarop Talos wordt aangevallen.

Lit. Apollonius Rhodius, Argonautica 4, 1638-1693). J. Buslepp (Roscher 5, 22-35). M. van der Kolf (PRE 4A, 2080-2086). [Schouten]


mythen