Esmun

Esmun ('smn), phenicische god van de geneeskunst, zoals o.a. blijkt uit zijn gelijkstelling met Asclepius in een punisch-latijns-griekse trilingue. Tempels van hem bevonden zich in vele phenicische kolonies (Cyprus, Sardinië, Carthago), waar ook inscripties op ex-voto's melding van hem maken. Een op Sardinië (Pauli Gerrei) gevonden koperen altaarzuil draagt een opschrift van wijding aan Er. 'hij hoorde zijn roep en genas hem (de schenker)'. De voornaamste tempel van E. bevond zich in het beginnend gebergte nabij Sidon. Esmunazar II (her)bouwde deze blijkens zijn inscriptie, waarin E. genoemd wordt 'de heilige vorst' en de tempel de naam draagt 'bron jdll'. Ook zijn opvolger Bodastart bouwde hier, blijkens een in vele exemplaren gevonden bouwinscriptie, waarin de tempel de naam draagt 'Sidon šd/r'. Opgravingen onder leiding van M. Dunand hebben deze tempel aan het licht gebracht in bostan eš-šeh. Vele votiefbeeldjes getuigen daar van de dank der genezenen (vooral kinderbeeldjes); één is een votiefbeeld van koning Baäksillem uit ca. 450 vC, waarop de tempel 'bron jdl' heet.

De betekenis van de naam E. is omstreden. In een assyrische tekst vindt men jasumunu; Herodotus (2,51) geeft de naam weer als Εσμουνος; Albright legt verband met de godheid šulman/šalim; Astour met de ugaritische godheid 'itm. De tekst uit Sardinië (zie boven) spreekt van 'šmn-m'rh (Esmun de leider/gids). Men vindt voorts de combinaties Esmun-Melqart en Esmun-Astart, waarvan de betekenis nog omstreden is.


Lit. W. Baudissin, Adonis und Esmun (1911). S. V. McCasland (JBL 58, 1939, 221-227). W. F. Albright, Die Religion Israels (1956) 94 en n. 25. H. Donner/W. Röllig, Kanaanäische und Aramäische Inschriften (Wiesbaden 1962-1964) nr. 14.16. 66. W. Röllig (Haussig, Wörterbuch der Mythologie 1, 1962, 286v: Heilgötter 1). M. C. Astour, Some New Divine Names from Ugarit (JAOS 86, 1966, 281v). M. Dunand (Bull. Mus. de Beyrouth 18, 1965, 103v; 20, 1967, 27v). [Veenhof]


Lijst van Goden