Esmunazar ('šmn'zr: Esmun helpt), naam van twee
koningen van Sidon, waarvan met name E. II door
zijn basalten sarcofaag, voorzien van een 22 regels
lange phenicische inscriptie bekend is. Deze is in
1855 in de necropool van Sidon gevonden en bevindt
zich nu in het Louvre te Parijs. E. noemt zich
daar zoon van tbnt (Tabnit), koning van Sidon,
en kleinzoon van E. I, koning van Sidon; hij was
een vroeg ('voor zijn tijd' r. 12/13) en kinderloos
gestorven vorst, die door zijn neef Bodastart opgevolgd
werd. Daar hij zich 'zoon van een weduwe'
noemt, zal hij wel geboren zijn na de dood van zijn
vader, waarna zijn moeder, priesteres van Astarte,
tijdelijk als regentes optrad. Hij noemt zich in zijn
inscriptie bouwer van tempels voor Astarte, de goden
van Sidon, Baäl en Esmun, in of nabij Sidon.
Voorts vermeldt hij dat 'de heer der heren' hem als
beloning voor 'de machtige daden die hij deed' de
steden Dor en
Jafo in de Sjaronvallei schonk. Daar
de inscriptie en de bouwgeschiedenis van de necropool
op een datum in het begin van de 5e eeuw vC
wijzen, heeft men hier wel een indicatie in gezien
dat E. II deelgenomen heeft aan Xerxes' invasie van
Griekenland; Phenicië stond toen onder perzische
opperheerschappij.
Lit. Tekst van de inscriptie: H. Donner/W. Röllig, Kanaanäische
und Aramäische Inschriften (Wiesbaden 1962-1964) nr.
14. Duitse vertaling: AOT 446v. Engelse vertaling: ANET
505. - J. Ch. Assmann, Zur Baugeschichte der Königsgruft
vom Sidon (Arch. Anz. 1963, 690-715). W. Galling, Eschmunazar
und der Herr der Könige (ZDPV 79, 1963, 140-151).
[Veenhof]