Claudianus

Claudianus, laatste belangrijke dichter van het heidense Rome. Claudius C. werd geboren ca. 365 nC te Alexandrië, woonde van 395 tot 404 te Rome en Milaan en stierf na 404. Als beschermeling en hofdichter van Honorius, keizer van het westromeinse rijk, en diens minister de Vandaal Stilicho, schreef hij een reeks gedichten om hen te verheerlijken en hun vijanden, mm. Eutropius en Rufinus, hooggeplaatste functionarissen van het oostromeinse rijk, te verguizen:
1. Panegyricus in Probinum et Olybrium;

2. Panegyrici op consulaten van Honorius, Stilicho en Manlius;

3. De bello Pollentino sive Gothico (naar aanleiding van de overwinning van Stilicho op Alarik, koning van de Westgoten, in 402 bij Pollentia);

4. De bello Gildonico, onvoltooid;

5. Epithalamia bij het huwelijk van Honorius met Stilicho's dochter Maria (398);

6. In Rufinum, in twee boeken;

7. In Eutropium, in drie boeken.

Een geheel ander karakter heeft zijn onvoltooid gebleven mythologisch gedicht De raptu Proserpinae (in drie boeken). Tenslotte zijn enkele kleinere gedichten, waaronder ook griekse, en brieven van C. overgeleverd. De gedichten die C. als hofdichter vervaardigde zijn uiteraard eenzijdig gekleurd, maar niettemin belangrijke historische documenten, omdat C. in de historische feiten geen willekeurige veranderingen aanbrengt Dank zij een in zijn tijd ongeëvenaarde beheersing van het latijn en de hexameter deed C. op de drempel van een nieuwe tijd na een lange periode van neergang nog eenmaal en voor het laatst het latijnse epos herleven. Hij verdient bewondering om 'de wijze waarop hij de kracht van Vergilius, de elegantie van Ovidius en de brillante rhetoriek van Lucanus heeft doen schitteren' (Janssen).

De werken van C. zijn overgeleverd in een reeks van handschriften die men in twee klassen kan onderscheiden: de ene bevat op De raptu Proserpinae na alle of de meeste overige gedichten, de andere gewoonlijk uitsluitend De raptu Proserpinae.


Lit. Uitgaven: Editio princeps van Celsanus (Vicenza 1482). Beste moderne edities: Th. Birt, Claudiani carmina (MGH, Auctores Antiquissimi 10, Berlin 1892). J. Koch, Claudiani carmina (Leipzig 1893). M. Platnauer, Claudian 1-2 (Loeb Class. Libr., London 1922; met engelse vertaling). Met commentaar: J.B. Hall, Claudian, De Raptu Proserpinae (Cambridge 1969). Met duitse vertaling en commentaar: W. Simon, Claudiani Panegyricus de consulatu Manlii Theodori (Berlin 1975). Met franse vertaling en commentaar: E. M. Olechowska, Claudi Claudiani De Bello Gildonico (Leiden 1978). A. Cameron, Claudian. Poetry and Propaganda at the Court of Honorius (Oxford 1970). Beste commentaren: H. Schroff, Claudians Gedicht vom Gotenkrieg (Berlin 1927). P. Fargues, Claudiani In Eutropium (Paris 1933). H. Levy, The Invective in Rufinum of C. (Genève/New York 1935). K. A. Mueller, C. Festgedicht auf das sechste Konsulat des Kaisers Honorius (Diss. Heidelberg, Berlin 1938). E. Schuster, Historischer und sprachlicher Kommentar zu C. Festgedicht auf das Konsulat Stilichos, Buch I (München 1944). V. Paladini, Claudiano, II ratto di Proserpina (Rome 1952; met vertaling). W. Barr, The Panegyrics of C. on the Third and Forth Consulate of Honorius (London 1954). - F. Vollmer (PRE 3, 2652-2660). W. Schmid (RAC 3, 152-167). - J. H. E. Crees, Claudian as an Historical Authority (Cambridge 1908). P. Fargues, Claudien. Études sur sa poésie et son temps (Paris 1933). J. Steiner, Das geographische Weltbild des C. (Graz 1950). E. Furxer, Die epische Technik Claudians in seinem Bellum Pollentinum sive Gothicum (Innsbruck 1956). D. Romano, Claudiano (1958). P. Christiansen, The Use of Images by C. (Wisconsin 1963). [Diercks]



Lijst van Auteurs