Duoviri of duumviri ('tweemannen'), benaming voor enkele uit twee leden bestaande buitengewone romeinse ambtelijke colleges zonder imperium.
1. Duoviri aedi dedicandae, belast met de wijding van een tempel (sedert 484 vC).
2. Duoviri aedi locandae, belast met de bouw van een tempel (sedert 345 vC). Beide colleges hadden soms de zorg voor eenzelfde heiligdom en bestonden vaak uit dezelfde personen. Augustus verving hen door curatores.
3. Duoviri iuri dicundo heetten de hoogste magistraten in romeinse, later ook latijnse burgerkolonies (colonia) en municipia (sedert de 4e eeuw vC). Zij werden jaarlijks uit de decuriones gekozen en bijgestaan door aediles. De oudste had steeds de voorrang. Zij waren de hoogste bestuursambtenaren, voorzitters van de plaatselijke raad en rechters binnen het stedelijk gebied. Caesar beperkte hun bevoegdheid vooral tot dit laatste (Lex Iulia municipalis, ca. 45 vC). De d. die eens in de vijf jaar de census hielden, heetten d. iuri dicundo quinquennales.
4. Duoviri navales, magistraten belast met bouw, uitrusting, commando en herstel van de vloot. Tussen 31 1 vC en ca. 150 vC werden zij naar behoefte aangesteld. Hun voornaamste taak was de verdediging van de italische kust.
5. Duoviri perduellioni iudicandae, sedert Tullus Hostilius door de hoogste magistraat benoemd als rechters voor hoogverraadsprocessen, waarvan beroep op het volk in de comitia curiata mogelijk was. Dit college werd reeds vroeg afgeschaft.
6. Duoviri sacris faciundis: zie Decemviri.
7. Duoviri viis extra urbem purgandis werden, waarschijnlijk
door Caesar, aangesteld voor het reinigen van de
wegen buiten de stad tot de eerste mijlsteen. Augustus
verving hen door de curatores viarum (13 vC).