Gladiator

Gladiator, zwaardvechter. De uit Etrurië stammende gladiatorengevechten vervingen vermoedelijk oorspronkelijke mensenoffers en werden aanvankelijk alleen door particulieren georganiseerd bij gelegenheid van een begrafenis. In Rome traden voor het eerst in 264 vC gladiatorenparen op bij de lijkplechtigheden ter ere van Brutus Pera. In de 3e en 2e eeuw vC namen belangstelling en omvang steeds toe. Een aantal van 100 paren werd vrij gewoon. Bij de door Caesar als aediel gegeven spelen traden er 320, bij de triomf van Traianus over Decebalus zelfs 5000 op.

In 105 vC kregen voor het eerst de consuls van de senaat verlof gladiatorenspelen (munera) te organiseren. Ze verloren vrijwel hun sacraal karakter, doordat ze los kwamen te staan van begrafenisplechtigheden en een middel werden om de volksgunst te winnen. G.en waren meestal krijgsgevangenen, veroordeelden, speciaal voor het vak opgeleide slaven of ook door armoede tot dit beroep gedwongen vrijen. In de keizertijd traden ook ridders en senatoren, soms zelfs vrouwen en de keizer zelf Commodus) in de arena op. De g.en kregen in daarvoor bestemde kazernes (ludi), waarvan die te Rome, Capua en Pompeii de bekendste waren, een harde opleiding. Verscheidene malen kwamen zij in opstand, zo bij het slavenoproer in 73 vC en tijdens de regering van Nero te Praeneste.


Men onderscheidde voornamelijk vier soorten: de met gallische helm, schild en zwaard uitgeruste Murmillones, de Samnites met hun lang schild, borstharnas, helm en kort zwaard, de Thraeces, gewapend met rond schild, helm en kromzwaard, en de retiarii, die toegerust waren met net en drietand. Het lot van een gewonde strijder lag in handen van de organisator, die de beslissing over leven of dood veelal aan het publiek overliet. De oorspronkelijk op het forum gehouden spelen verplaatsten zich later naar de amfitheaters. Na een - later weer veronachtzaamd - verbod van Constantijn (325) maakte een edict van Honorius (404) definitief een einde aan de gladiatorenspelen.

De oude Romeinen ergerden zich niet aan het wrede schouwspel der gladiatorengevechten; slechts zelden leest men in de heidense antieke literatuur kritiek op het onmenselijke bedrijf.

Lit. K. Schneider (PRE, Suppl. 3, 1918, 760-784). EAA 3, 937-947. G. Lafaye Daremberg/Saglio 2, 1563-1599). - L. Friedländer, Darstellungen aus der Sittengeschichte Roms 2 (Leipzig 1922) 54-76. L. Robert, Les gladiateurs dans l'Orient grec (Paris 1940). M. Grant, Gladiators (London 1967; duitse vertaling Stuttgart 1970). G. Ville, La gladiature en occident des origines à la mort de Domitien (Paris 1982). [A. J. Janssen]


Register