Feniks

frescoFeniks (φοῖνιξ). De oudste vermelding van deze wondervogel in de christelijke literatuur vinden wij bij Clemens Romanus (Epistula I ad Corinthios 25). De legende van de uit zijn as herrijzende f. wordt hier vermeld als symbool van de verrijzenis. Sedertdien komt dit motief bij verschillende christelijke schrijvers voor (bv. Tertullianus, De resurrectione carnis 13; Commodianus, Apologeticum 139vv).

Verder is te vermelden het anonieme gedicht De ave phoenice in 85 elegische disticha dat sedert Gregorius van Tours dikwijls aan Lactantius is toegeschreven. Hierin vindt men vrijwel geen enkel spoor van het christelijk geloof.

In de vroegchristelijke kunst komt de f. als symbool meermalen voor, zij het verhoudingsgewijs toch niet zeer dikwijls. Gewoonlijk wordt de f. (op mozaïeken, fresco's, sarcofagen en munten) met een nimbus afgebeeld. We vinden ze ook op de munten van de eerste christelijke keizers (hier is echter waarschijnlijk ook een heidense traditie bespeurbaar: de relatie van de keizer met de zonnegod). Eusebius (De vita Constantini 4,72) spreekt in verband met Constantijn van de f., maar niet in verband met de munten en niet van de f. als christelijk symbool ('gelukkiger dan de f., heeft Constantijn vele nakomelingen'). Zie ook Phoenix.


Lit. H. Leclercq (DAL 14, 682-691). - P. Monceaux, La légende du phénix chez Eusèbe (Bull. de la Soc. des Antiquaires de France, 1905, 171v). [Bartelink]


Afkortingen Lijst van Namen