Koningen (Boek)

Onder het boek melākīm (hebr. = koningen), verstaat de MT een, door de LXX in twee delen gesplitst geschiedwerk dat begint met de intriges rondom de opvolging van David en eindigt met de vrijlating van Jojachin uit de gevangenis in Babylon door Evil Merodach in het jaar 561.

De LXX vat de boeken Sm en Kg samen onder één titel en dientengevolge noemt de Vg het geschiedwerk dat in dit artikel behandeld wordt: 3-4 Regum. De auteur van het boek heeft, zoals hij zelf zegt, gebruik gemaakt van oude bronnen. Hij noemt met name: 'het boek der geschiedenis van Salomo' (1Kg 11,41), 'het boek der kronieken van Israëls koningen' (1Kg 14,19 en elders) en 'het boek der kronieken van Juda's koningen (2Kg 15,36 en elders).

Aan deze bronnen ontleende hij de bijzonderheden over de regeringsduur, de dood en het graf van de koning, de naam van de koning, de gelijktijdigheid van koningen over Juda en Israël en wat betreft Juda tevens de leeftijd van de koning en de naam en afkomst van de moeder des konings.

De auteur, die ook compilator en redacteur is geweest, weet van het begin af aan dat zijn geschiedenis tweemaal op een catastrofe zal uitlopen: de wegvoering van de tien stammen door de Assyriërs en de babylonische ballingschap. Hij weet ook waardoor de ondergang is voorbereid. In het boek Deuteronomium was duidelijk gestipuleerd dat het bezit van het aan de vaderen beloofde land afhankelijk was van de inachtneming van de wet Gods, in het bijzonder van de zuivere eredienst voor God, die het volk uit Egypte had uitgeleid. Wat betreft Israël wordt 'de zonde van Jerobeam' hoog opgenomen en daaronder wordt dan de stichting verstaan van de heiligdommen in Betel en Dan waarbinnen de cultus bovendien nog door het oprichten van stierkalveren was verontreinigd. Om deze reden geeft de auteur, misschien ongewild, een schilderachtig beeld van alle aspecten van syncretisme en assimilatie aan kanaänitische religie, zoals deze sinds Salomo in Israël en Juda, maar vooral in Jeruzalem waargenomen konden worden. Op de achtergrond van een neerdrukkende geschiedenis, waarbij alleen koningen als Josafat, Hiskia en Josia aan de norm konden voldoen, staat echter hoopgevend de belofte van Natan aan Davids huis volgens 2Sm 7 en deze wekt een onblusbare messiaanse verwachting. In het magistrale en in de oudoosterse wereld unieke geschiedwerk zijn enkele cycli van gesloten verhalen opgenomen. Daartoe behoort de geschiedenis van Salomo (1 Kg 2,12-1 1,40) die veel minder dan de verhalen rond David aanleiding geeft tot dramatisering.

De cyclus rondom Elia en Elisa domineert geheel over de annalen, die vervlochten zijn in 1Kg 17,1 tot en met 2Kg 13,21. De verhalen van 2Kg 18,13-20,19 doubleren in hoofdzaak Is 36-39 en cirkelen rondom Jesaja. Een zeer bijzondere plaats wordt ingenomen door een rapport over het vinden van een wetboek tijdens Josia en de uitwerking, die dit had op de hervorming van de godsdienst in Juda (2Kg 22,3-23,24). Reeds uit deze korte opsomming blijkt dat de auteur de koningen heeft gemaakt tot tijdgenoten van de profeten en niet omgekeerd. Het is opvallend dat het voorlopig einde van Juda door het geweld van Nebukadnezar beschreven wordt zonder de vermelding van Jeremia, in wiens boek dezelfde geschiedenis zulk een belangrijke rol speelt.

De verklaring, die van de nationale ramp gegeven wordt is echter in zijn geest: 'want door de toorn van JHWH kwam het gericht over Jeruzalem en Juda, totdat Hij ze heeft weggeworpen uit zijn ogen' (2Kg 24,20). De ondergang was voor de auteur geen teken van de onmacht van Israëls God en deze prediking heeft de ballingen in Babylon het geloof doen behouden. Dienovereenkomstig had Jeremia gesproken.

tekst


Lit. Commentaren: J. A. Montgomery (ed. by H. S. Gehman, Edinburgh 1951). A. van den Born (Roermond 1958). H. A. Brongers 1-2 (Nijkerk 1967-1970). M. Noth (t.e.m. 1Kg 10, Neukirchen 1968). - G. von Rad, Die deuteronomistische Geschichtstheologie in den Königsbüchern (1947 = Gesammelte Studien 1960, 189-204). A. Jepsen/R. Hanhart, Untersuchungen zur israelitisch-jüdischen Chronologie (BZAW 88, Berlin 1964). [Beek]


Afkortingen Lijst van Namen