Hiërogliefen, naam ontleend aan het griekse woord ἱερογλυφικά, al dan niet van γράμματα vergezeld, dat de basis-vorm van het egyptische schrift aanduidt (Egyptisch Schrift, waar zijn karakter en verdere ontwikkeling beschreven wordt). Het in het grieks vertaalde werk Hieroglyphica van Horapollo, een auteur uit de 4e of 5e eeuw nC, werd in de 15e eeuw in Italië bekend en verspreidde de mening dat het egyptische schrift uitsluitend uit symbolen, zonder fonetische waarde, bestaat. Het steunt ten dele op een gelijknamig geschrift van de alexandrijnse grammaticus Chaeremon, die in de 1e eeuw nC leefde. Tijdens het humanisme en de renaissance gaf Horapollo's boek het ontstaan aan een belangrijke beweging wier aanhangers poogden zich op dezelfde manier in symbolen en allegorieën uit te drukken en die een grote invloed uitgeoefend heeft op de kunst van die tijd. Hoewel eveneens overtuigd van hun louter symbolische functie, maakte de duitse jezuïet Athanasius Kircher in de 17e eeuw een aanvang met de wetenschappelijke studie van de echte, d.w.z. de egyptische, h. en hij bestudeerde daarvoor het koptisch.
Nadat Champollion het fonetisch karakter van het
egyptisch schrift herkend had zijn de egyptologen
de naam h. blijven gebruiken, vermoedelijk onder de
invloed van
Clemens Alexandrinus, aan wie zij ook
het woord 'hiëratisch' ontleenden. De naam h. of
pseudo-h. werd daarna overgedragen op andere
soorten van beeldschrift, bv. op een van de hethitische
schriftvormen (Hethitisch),
op een schrift
uit Kreta en een uit
Byblos.
Lit. P. Marestaing, Les écritures égyptiennes et l'antiquité
classique (Paris 1913). H. Sottas/É. Drioton, Introduction à
l'étude des hiéroglyphes (Paris 1922). P. Lacau, Sur le système
hiéroglyphique (Inst. franç;. d'Archéol. or., Bibl. d'Ét.
25; Le Caire 1954). - S. Schott, Hieroglyphen. Untersuchungen
zum Ursprung der Schrift (Abh. Akad. Wiss. u. Lit.
Maïnz. Abh. geistes- u. sozialwiss. Kl. 1950, 24; Wiesbaden
1951). - E. Iversen, The Myth of Egypt and its Hieroglyphs in
European Tradition (Copenhagen 1962). Madeleine V.-David,
Le débat sur les écritures et Phiéroglyphe aux XVIIe et
XVIIIe siècles (Paris 1965).
Over Horapollo G. Roeder (PRE 16, 2313-2319). Editie: F.
Sbordone, Hori Apollinis Hieroglyphica (Napoli 1940). Engelse
vertaling: G. Baas, The Hieroglyphies of Horapollo (Bollingen
Series 23; New York 1950). Franse vertaling met
commentaar: B. van de Walle/J. Vergote (CdÉ 18, 1943, 39-89;
199-239).
[Vergote]