
Gythium (Γύθειον, Spartaanse perioikenstad
aan de noordwestelijke lust van de Laconische golf. De stad had door
zijn ligging en zijn beschutte haven goede handelsverbindingen. In de
klassieke tijd was G. de belangrijkste haven van Sparta, dat ongeveer 45 km
van G. verwijderd lag (Xenophon Hell. 1,4,11; Polybius 5,19,6). Voor de
kust van Gythium ligt het eiland Cranae (tegenwoordig met een dam met
het vasteland verbonden), waarop Paris voor de 1e keer gemeenschap had met
Helena (Homerus Il. 3,445) en waarvandaan de oudste overblijfselen stammen.
Na de inneming in 369 vC door de Thebanen (Xenophon Hell.6,5,32) viel G.
kort voor 362 vC weer in handen van de Spartanen. De stad werd in 192 vC
door Nabis ingenomen en bleef tot 146 in de macht van de Achaeïsche
bond. In de romeinse tijd hoorde G. bij de bond van 'Eleutherolakones'
(bond van 'vrije' Laconische steden) en bereikte grote bloei: G. lag gunstig aan de zuidkant van de vlakte
van de Eurotas; bovendien waren de marmergroeven in Laconië van
grote betekenis. Uit de keizertijd stammen het grootste deel van de
inscripties en munten, de meeste ruïnes en in het bijzonder het
theater bij de acropolis. In de late oudheid wordt G. niet meer
genoemd.
Lit. W. Cavanaugh et al., The Laconian Survey, in: ABSA Suppl. 27, 1996, 296ev.