Syrisch, taal behorend tot de (oost)arameese groep van het noordwestsemitisch (Semitische talen). De naam mag er niet toe verleiden het s. als de taal van het antieke Syrië in de boven s.v. Syrië beschreven zin op te vatten. Deze discrepantie wordt gewoonlijk zo verklaard dat, toen in de eerste eeuwen nC de aanduidingen 'Arameeër' en 'aramees' vrijwel synoniem werden met 'heiden' en 'heidens', de arameese christenen van Noord-Mesopotamië, die het christendom vanuit Syrië en Palestina hadden leren kennen, zich met de namen 'Syriër' en 'syrisch' gingen tooien.
Het arameese dialect van de noordmesopotamische stad Edessa (2) en omgeving werd in de 1e eeuw nC - mèt de groeiende belangrijkheid van de stad, die de residentie was van de koningen van Osroëne - een taal van betekenis. Die betekenis nam nog toe toen de stad vanaf ca. 200 vC het toonaangevende centrum van het christendom ten oosten van de Eufraat werd. Het gevolg was dat het s. de liturgische èn de cultuurtaal werd in een uitgestrekt gebied dat vrijwel geheel Noord-Mesopotamië besloeg en, hoewel beïnvloed door het gehelleniseerde christendom ten westen van de Eufraat, zich daarvan duidelijk en steeds scherper onderscheidde. Met de verbreiding van het christendom in de rest van Mesopotamië, in Perzië en India kwamen s.e 'taaleilanden' tot ver in het Oosten tot stand.
Zowel in de woordenschat als in de syntaxis onderging het s. sterke invloeden van het grieks. Toen het syrische christendom in de 5e eeuw uiteenviel in een monofysitische en een nestoriaanse (Nestorius) tak, ontwikkelde ook beider taal zich afzonderlijk verder, tot het wests. der Jakobieten en het oosts. der Nestorianen; beide hadden ook een verschillend schrift.
Uit de voorchristelijke periode zijn enkele inscripties, waarvan de oudste uit de 1e eeuw nC dateren, een brief van een zekere Serapion, een s.e versie van de Achikar-roman en enkele stukken van de z.g. Kroniek van Edessa bewaard gebleven. Vanaf de 2e eeuw nC zijn de in het s. gestelde geschriften grotendeels theologisch van aard: dogmatische en mystieke tractaten, bijbelcommentaren, hymnen en andere liturgische teksten, homilieën, kerkgeschiedenissen, martelaars- en concilie-akten enz. Op profaan terrein zijn o.a. romans, grammaticale en lexicografische werken bewaard gebleven.
Belangrijke schrijvers uit de eerste eeuwen nC waren Bardesanes (gestorven 222), Ephrem (306-373), Aphraätes (midden 4e eeuw), Rabulas (gestorven 435) en Baleüs (gestorven ca. 460).
Bovendien zijn talloze profane en religieuze geschriften uit het grieks in het s. vertaald; langs deze weg zijn belangrijke werken van de antieke filosofie en wetenschap via het s. aan de Islam bekend geworden, in het arabisch vertaald en veel later in arabische vertaling in Europa herontdekt.
De bekendste syrische bijbelvertalingen zijn de syrische versie van Tatianus' Diatesseron en de Pesjitta.
De s.e taal en literatuur wordt wezenlijk gekenmerkt
door haar ontstaan en functioneren in het
grensgebied van de westelijke, gehelleniseerde, en
de oostelijke, geïraniseerde en gearabiseerde, wereld.
Onder de druk van de Islam, die in het midden
van de 7e eeuw geheel het Nabije Oosten veroverd
had, is het s. als gesproken taal - afgezien van enkele
resten in afgelegen gebieden, waar het ook nu
nog wordt gesproken - in de 10e eeuw uitgestorven.
Als literaire taal leefde het nog voort tot in de 14e
eeuw, als liturgische taal is het thans nog in diverse
syrische kerken in gebruik: bij de jakobieten, de
nestorianen, een deel van de Malabar-christenen in
India en een deel van de met Rome geünieerde
christenen van het Nabije Oosten.
Lit. Algemeen: A. Baumstark/A. Rücker, Aramäisch und Syrisch
(in B. Spuler ed., Handbuch der Orientalistik 1, 3. Semitistik, Leiden/Köln
1953v = 1964, 135-204).
Grammatica's: Th. Nöldeke, Kurzgefasste syrische Grammatik
(Leipzig 1880, ²1898 = Darmstadt 1977). C. Brockelmann, Syrische
Grammatik mit Paradigmen, Literatur, Chrestomathie und Glossar
(Berlin 1899, 121976). A. Ungnad, Syrische Grammatik mit Übungsbuch
(München 1913, ²1932).
Woordenboeken: R. P. Smith/J. P. Margoliouth, Thesaurus Syriacus
1-3 (Oxford 1879-1927). R. P. Smith, A Compendious Syriac Dictionary
ib. 1903, ²1957). C. Brockelmann, Lexicon Syriacum (Berlin
1894v, ²Halle 1928 = Hildesheim 1966).
Literatuurgeschiedenissen: H. Drijvers, S.e literatuur (Moderne Encyclopedie
der Wereldliteratuur 8, 1974, 309-315). - A. Baumstark,
Geschichte der syrischen Literatur (Bonn 1922, ²1968). J.-B. Chabot,
Littérature syriaque (Paris 1934). I. Ortiz/de Urbina, Patrologia
Syriaca (Rome 1958, ²1965).
Series tekstuitgaven: R. Graffin/J. Parisot/F. Nau/M. Kmosko edd.,
Patrologia Syriaca 1-3 (Paris 1894-1926). Corpus Scriptorum Christianorum
Orientalium (Leuven 1903vv; hierin zijn ca. 200 syrische
delen verschenen).
[Nuchelmans]