
Thermus of Thermum (Θέρμο, Θέρμον), het religieuze
en politieke centrum van Aetolië en de
aetolische bond, gelegen op een plateau boven de
noordoostelijke oever van het Trichonis-meer, nabij
het huidige Kefalovryson. Reeds
op het eind van het 2e millennium vC lag hier een
nederzetting. De belangrijkste periode van T. valt
samen met de bloeitijd van de aetolische bond, van
de 4e tot de 2e eeuw vC. Rond het archaïsche heiligdom
van Apollo Thermios vonden de officiële vergaderingen
en feesten van de bond plaats en werden
de oorkonden, wijgeschenken en gedenktekens opgesteld;
hiertoe werden stoa's en dergelijke gebouwd.
De Apollo-tempel (5 x 15 zuilen, 12 x
38 m) werd, hoofdzakelijk uit hout, in de 7e eeuw
vC opgetrokken op de plaats van een ouder gebouw;
in de 5e eeuw werden grote delen ervan door steen
vervangen. Van deze en andere archaïsche tempels
zijn bij de opgravingen (1897vv) talrijke sierstukken
in terracotta teruggevonden, waaronder een tiental
fraaie metopen (99 x 87 cm), die corinthische stijl
vertonen en tot de kostbaarste resten van de archaïsche
griekse kunst behoren.
In 218 en 207 vC werd het heiligdom door
Philippus
V van Macedonië geplunderd en grondig verwoest,
behalve de tempels. Daarna werd het herbouwd en
omgaf men het domein (200 x 340 m) met een dikke,
van torens voorziene vestingmuur. Door de
stichting van Nicopolis
in 30 vC door Octavianus
verloor de 'acropolis van Aetolië'
(Polybius)
haar betekenis en raakte in verval.
Lit. Inscripties in IG 9, 1, 11 (Inscriptiones Aetoliae ed. G. Klaffenbach,
1932) nrs 1-94. - K. Fiehn (PRE 5A, 2423-2444). R. Vlad
Borrelli (EAA j, 825-827). Kirsten/Kraiker 762-766. - D. van Buren,
Greek Fictile Revetments in the Archaic Period (London 1926)
64-71. H. Kähler, Das griechische Metopenbild (München 1949).
[Nuchelmans]