Palaestra

Palaestra (παλαίστρα, 'worstelplaats') heette bij de Grieken de oefenplaats voor worstelen en boksen. Deze bestond oudtijds (7e-5e eeuw vC) uit een eenvoudige rechthoekige, door portieken en kleedlokalen omgeven hof, waarvan de grond bedekt was met fijn zand. Ze kon deel uitmaken van een publiek gymnasium, maar was ook dikwijls particulier eigendom van een sportleraar. Naarmate de gymnasia omvangrijker en comfortabeler werden, voorzag men ook de palaestra's, die gewoonlijk het hoofdgebouw van het gymnasium vormden, van meer mogelijkheden en comfort. De portieken werden uitgebreid en verfraaid, o.a. met exedra's, en er werden lokalen voor de beoefening van andere sporten dan worstelen en boksen, voor het baden en het inwrijven met olie e.d. aan toegevoegd, en toen de geestelijke activiteiten in het gymnasium' even belangrijk werden als de lichamelijke, ook leslokalen en dikwijls een bibliotheek. Van dit type p. zijn bij de opgravingen in Olympia, Priene, Pergamum, Milete en elders fraaie specimina ontdekt.

De verschuivingen in karakter en functie van gymnasium annex p. en de sociaal-politieke rol die het gymnasium vooral in het gehelleniseerde Oosten vervulde, hadden tot gevolg dat beide woorden in de hellenistische tijd ongeveer dezelfde betekenis kregen: bij beide was de sportieve component evenzeer teruggetreden voor de sociale.

De Romeinen namen van de Grieken niet het gymnasium als zodanig over, dat ze afwezen als een oord van verwijfdheid, maar wel de p., en wel als onderdeel van de thermen, dus met de nadruk op ontspanning; de lichamelijke training ontvingen de jonge Romeinen meestal op excercitieterreinen.


Lit. K. Schneider (PRE 18, 2472-2497). G. Carettoni (EAA 5, 882-887). [Nuchelmans]


Register