Polycrates (Πολυκράτης) van
Athene, redenaar en
sofist (ca. 440-ca.
370), die eerst in Athene en vanaf ca. 390 op Cyprus
werkzaam was. P. werd door zijn tijdgenoot
Isocrates
en door latere critici gelaakt om de onbenulligheid
van zijn werken, waarvan vrijwel niets
bewaard is gebleven. Hij schreef onder meer lofredenen
op triviale dingen als aarden potten, zout
en muizen en op personen met een slechte of dubieuze
reputatie. Zijn paradoxale lofrede op de
wrede egyptische koning Busiris werd door Isocrates
beantwoord met een naar zijn oordeel doeltreffender
éloge; P. op zijn beurt zou in Isocrates'
Lofrede op Helena aanleiding hebben gevonden om
eveneens een Helena te schrijven. Ca. 392 vC publiceerde
P. een pamflet Κατηγορία Σωκράτους, een
gefingeerde aanklacht tegen de zeven jaar eerder ter
dood gebrachte Socrates;
dit geschrift kan in grote
lijnen gereconstrueerd worden aan de hand van de
reacties die het oprjep bij Plato
(Gorgias) en Xenophon
(Ἀπομνημονεύματα 1, 1-2) en vooral uit de
Ἀπολογία Σωκράτους van Libanius.
Lit. Testimonia en fragmenten in C. Müller, Oratores Attici
2 (Paris 1858) 312-315 en L. Radermacher, Artium Scriptores
(Sitzungsberichte der österreichischen Akad.
Wiss., Philosophisch-historische
Klasse 227/3, Wien 1951) 128-132. - P.
Treves (PRE 21, 1736-1752). - F. Blass, Die attische Beredsamkeit
22 (Leipzig 1892 = Hildesheim 1962) 365-372. I.
Humbert, Polycratès, l'Accusation de Socrate et le Gorgias
(Paris 1930 = Le pamphlet de Polycratès et le Gorgias de
Platon, Revue de Philologie 58, 1931, 20-77). A. Chroust,
Xenophon, P. and the 'Indictment of Socrates' (Classica et
Mediaevalia 16, 1955, 1-77). E. Gebhardt, Polykrates' Anklage
gegen Sokrates und Xenophons Erwiderung. Eine
Quellenanalyse von Mem. I, 2 (Diss. Frankfurt 1957).
[Nuchelmans]